Showing posts with label *****. Show all posts
Showing posts with label *****. Show all posts

Thursday, July 26, 2007

Wadada Leo Smith & Günter Sommers - Wisdom In Time (Intakt, 2007) *****


Op "Wisdom In Time", gaan Wadada Leo Smith (trompet, bugel) en Günter "Baby" Sommer (drums, percussie) terug naar hun samenwerking van tien jaar geleden, maar nu dan zonder de bas van wijlen Peter Kowald. Deze CD ligt muzikaal dan ook meer in het verlengde van "Compassion" van Smith van vorig jaar, en de duo setting schijnt hem te passen als gegoten, en hij, of eerder zij, duiken in de zuiver emotionele en spirituele kracht van pure klank, met melodie en ritme die vooral een latente aanwezigheid hebben ten gunste van patroonloze helderheid en intense interactie. Deze voorzichtige en aandachtige, bijna attentievolle en respectvolle behandeling van klank door Wadada Leo Smith is natuurlijk niets nieuws voor hem, maar ik heb de indruk dat hij die tot nog hogere niveaus van perfectie tilt, nog abstracter en toch toegankelijker, een combinatie die moeilijk in woorden te vatten is. Sommer speelt uitstekend van begin tot eind en hij plaatst niet enkel accenten hier en daar, hij reageert en jaagt Smith vooruit bij momenten, door een bijna tribale klankkleur toe te voegen, vooral dan op "Woodland Trails To The Giants" en "Old Times Roll", en dit in tegenstelling tot de zachtere, meer meditatieve benadering van Adam Rudolph op het vorige album van Smith. Die gebruikt af en toe wat elektronica, niet excessief, maar net genoeg om wat reliëf en diepgang te bieden aan zijn kristalheldere langgerekte tonen. Hun ode aan Peter Kowald in "Bass-Star Hemisphere" biedt absolute zuivere muzikale schoonheid, in een combinatie van droefnis en vreugde, afgewisseld met korte dans-achtige intervallen, of donkere dreigend geroffel en sombere belklanken. Ze beheersen hun muzikale ruimte perfect en ze weerstaan ook het normale verlangen om de stilte tussen de noten op te vullen. Dit is muziek die ontdaan is van elke mogelijke nodeloze franje of melodische ankerpunten, waardoor een gevoel van wijdse ruimte en openheid wordt gecreëerd, dat de luisteraar opslorpt in hun spirituele tocht. Adembenemend mooi.

For the English version, click HERE

Tuesday, July 24, 2007

Other Dimensions In Music - Live At The Sunset (Marge, 2007) *****

Er zijn twee zaken die ik moeilijk te geloven vind.

Ten eerste kocht ik ongeveer vijf jaar geleden de CD "Time Is Of The Essence Is Beyond Time" van Other Dimensions In Music, en ik vond die chaotisch en leeg, dus plaatste ik deze CD op het bands-om-niet-meer-te-beluisteren schap. Te meer daar Allmusic.com dit album hun beste vond, wat moest de rest dan niet voorstellen? Enkele jaren later werd ik aangemoedigd door het schitterende boek van Phil Freeman "New York Is NOW! The New Wave Of Free Jazz" om te luisteren naar hun eerste twee albums (respectievelijk zonder titel en "Now!"). Ook hij vond "Time ..." niet te beluisteren. Maar de eerste twee zijn absoluut weergaloos fantastisch. Dus dat ik deze knappe muziek jaren heb gemist en de recensies zo verkeerd waren, was al een jammer zaak.

Ten tweede heeft O.D.I.M. nu een dubbele live CD uit op het Franse Marge label, dat GEEN, ZERO, ZILCH, NADA recensies heeft gehad tot nog toe, nergens (wat verklaart waarom ik het hoesje niet kan tonen : de CD is niet te vinden op internet en ik heb geen scanner). En het is niet enkel bijna niet te geloven dat deze dubbelaar geen recensies kreeg, het is een absolute schande! Dus, liefhebbers van freejazz : deze CD bestaat en hij is fantastisch.

Voor wie Other Dimensions In Music niet kent : de band bestaat uit Roy Campbell op trompet; Daniel Carter op sax, fluit en trompet; William Parker op bas en Hamid Drake op drums. En ze brengen freejazz op zijn best : spontane improvisaties vol ritme, empathie, met prachtige solo's en telepatisch samenspel. Deze vier schitterende muzikanten spelen al meer dan 20 jaar samen in bands waarvan het aantal niet meer bij te houden is, en het resultaat is er naar. Drake en Parker spelen alsof ze twee lichamen van dezelfde persoon zijn, en ze bewijzen nogmaals de beste ritmesectie van het moment te zijn, die de ritmische fundering legt voor de toonlandschappen die Campbell en Carter weven, die beiden niet alleen over hun ongelooflijke muzikale bagage tentoon spreiden, maar bovendien beschikken over de zeldzame combinatie van diepe emotionaliteit, creativiteit en spiritualiteit. Er is veel variatie op dit album. Te beginnen bij de instrumenten : Parker speelt ook musette, de rietblazer die we kennen van Dewey Redman bij Old & New Dreams, die hij plots neerlegt om snel arco te gaan spelen, Drake speelt ook snaredrums en zingt en ook Carter laat zijn stem horen. De tweede afwisseling komt van de veelheid aan stijlen die in de improvisaties naar boven komen : blues, swing, bop, Afrikaanse en midden-oosterse muziek. De derde variatie wordt ingebouwd door het constant wisselen van de intensiteit, gaande van ingetogen en spiritueel tot hardblazend energetisch spel, dat echter zelden chaotisch of overdadig is, en die intensiteitswissel is het best te vergelijken met hoge golfruggen op de oceaan die elkaar afwisselen, op en neer gaand in trage bewegingen, maar deel uitmakend van hetzelfde geheel. En dit is allemaal relatief bewust, getuige hiervan de titels (hoewel alles zonder onderbreking op elkaar volgt : "Blues configuration", "Afro Carribean High Life", "Blues for Baghdad", "Funk The Government/The Betrayal of New Orleans/Hurricane Katrina", "Suite for Miles Davis", "For Louis, Cootie and Lester", "James Brown Ascension", ... geeft zo'n beetje een idee van de muzikale referenties. Maar het is niet enkel politiek of putten uit de muziekgeschiedenis : de essentie van hun muziek is spiritueel : "multilayered music that is drenched in vision. Blues vision, world music vision, 21st Century vision, it's the music called Black Mystery Music that comes from the deepest parts of Africa, Asia and Europe. Sounds that can be found in the furthest reaches of the cosmos. The mud that binds the music is the call of the human soul in need of healing. Combined with all the beautiful things that have ever existed since the beginning of time". Zo schrijft William Parker in het boekje, en hij gaat verder : "We never know what will happen from minute to minute in the music but we are ready to go anywhere it wants to go, without being restricted by style". En dat is precies wat dit dubbelalbum te bieden heeft : uitstekende vrije muziek, zeer natuurlijk evoluerend, ritmisch, vol intensiteit, spiritualiteit en muzikale visie. Kopen!

En dat kan bij het Franse Sunset Records


Hier zijn enkele sound samples van hun vorige CD "Now!", kwestie van wat aanknopingspunten te kunnen geven :

For The Glass Tear
Blue Expanded


For the English version, click HERE

Monday, July 16, 2007

Carla Bley & Paul Haines - Escalator Over The Hill (JCOA, 1971) *****

Weinig CD's hebben een zo uniek profiel als dit album van Carla Bley, en hoe je de muziek moet omschrijven is me een raadsel : een freejazz fusion wereldmuziek avant-garde opera lijkt nog de beste omschrijving, je krijgt het immers allemaal te horen, magistraal, bombastisch, walsend, hoempa-end, krijsend, rockend, spookachtig, enerverend, krankzinnig, paardenmolend, absurd, jammerend, huilend, dreigend, opzwepend, verpletterend, filmisch, ontwrichtend, smartlappend, chaotisch, ....

Neem een orkest met de toenmalige absolute crème-de-la-crème van de moderne jazz : Don Cherry, Gato Barbieri, Roswell Rudd, Karl Berger, Sam Brown, Charlie Haden, Paul Motian, Enrico Rava, Perry Robinson, Michael Mantler, Leroy Jenkins, Ron McClure, Jimmy Lyons, Carla Bley zelf uiteraard, en voeg daar nog een tiental bijkomende blazers bij. Voeg daar wat nieuwe vedetten uit de rock-muziek aan toe, met onder andere Linda Ronstadt op vocals, Jack Bruce (van Cream) op zang en bas, Don Preston (Mothers of Invention) op Moog synth, en natuurlijk John McLaughlin op gitaar, en nog enkele andere zangeressen zoals Jeanne Lee en Sheila Jordan.

Neem een theater-auteur die de meest waanzinnige en absurde teksten neerpent die in opera-stijl, rock-'n'-roll stijl, in musicalstijl, roepend, of zelfs gewoon worden gezongen of gesproken, alleen of in koor, begeleid of niet : en die vol ernst zinnen zingen als :

"It's in the lobby
of Cecil Clark's
that people raised
for one thing
like cows
for milk
and chickens
for legs
vote for something
weak
and to the point
riding the escalator
over the hill

vote for something
weak
and to the point"

... en Carla Bley maakte van dit alles iets muzikaals unieks.

Dus - benader deze muziek zonder enige vooringenomenheid, laat jezelf meeleiden in een verhaal zoals je er nog nooit één hoorde, vergeet je andere muzikale noties en verwachtingen, verlaat de veilige haven van je kennis en vaste patronen, en .... neem die verdomde roltrap.

(... en vraag me niet waar het over gaat!)

"Stop refusing to explain
Give up explaining"

For the English version, click HERE

Thursday, July 12, 2007

Marc Ribot - Asmodeus, Book Of Angels, Vol. 7 (Tzadik, 2007) *****


Het is nooit goed om te snel een recensie te schrijven. Beter eerst een paar keer luisteren, dan nadenken en dan zorgvuldig iets bij elkaar pennen. Alleen, deze CD leent zich daar niet toe. Dit is rechtoe-rechtaan instrumentale hardrock van Marc Ribot op gitaar, Trevor Dunn op bas en Calvin Weston op drums. De CD begint hard, full speed, alle registers opentrekkend, alle knoppen open en pedalen ingedrukt en Ribot's elektrische gitaar geeft er een lap op, ondersteund door de explosieve ritmesectie. Maar het wonderlijke is : Ribot geeft 40 jaar elektrische gitaargeschiedenis op één CD, van Hendrix over fusion over punk over avant-garde, inclusief de huidige metalcore of dark ambient of gothic metal of hoe heten al die dingen, van bluesy solo's ("Yezriel"), over strakke razendsnelle unisono thema's ("Cabriel"), veel power chords, tot traag loodzwaar gebonk ("Zakun") en waanzinnige geluidsorgasmes. En het is werkelijk fantastisch, zonder meer één van de beste gitaartrio albums ooit gemaakt. We kennen Ribot van zijn knappe, fijnzinnige begeleiding van Tom Waits, en zijn eigen halfklassieke akoestisch werk, zijn avant-gardewerk met zijn eigen bands, zijn begeleiding van de Lounge Lizards, zijn lyrisch gitaarwerk in de Bar Kohba ensembles van John Zorn, of nog zijn latin top-sellers met de valse Cubanen, maar dit, dit is buiten en boven elke vergelijking. Dit is de gitaarmuziek waar alle rock-gitaristen van kunnen dromen, technisch knap, compositorisch knap, snel, gedreven, ritmisch gevarieerd, qua gitaarstijlen gevarieerd, maar hard, hard en nog eens hard, en snel, snel, snel, zonder één moment rust. Ik heb hier al enkele keren luidop zitten lachen van plezier bij het horen van zoveel beheerst geweld. En beheerst is het woord, hier staan geen oeverloze solo's op, slechts één nummer bereikt de tien minuten. Misschien wel het belangrijkste is dat dit inderdaad allemaal songs zijn die uit het Masada songbook komen, klezmer qua toonladder, maar op geen enkele manier te vergelijken met de andere "Books of Angels", dit lijkt me meer het album van de Fallen Angels te zijn. Het succes ervan mag zeker niet alleen op het conto van Ribot worden geschreven, want Dunn en Weston zijn verbluffend, de eerste hoe hij meegaat met de gitaar en het geheel ondersteunt, de tweede door de ongelooflijke snelheid van uitvoering. Wonderlijk, een muzikaal statement van jewelste, instrumentale waanzin tot in het extreme, en toch blijft het allemaal nog melodisch en lyrisch, wonderlijk.

Luister naar sound samples (kwaliteit is wel ondermaats)

Yezriel
Cabriel
Zakun
Dagiel
Mufgar

For the English version, click HERE

Wednesday, July 11, 2007

8 Bold Souls - Sideshow (Arabesque, 1992) *****

Uit het lijstje van de jazz-albums die ik fenomenaal vind, breng ik af en toe een recensie.

8 Bold Souls is de band van Ed Wilkerson, die gekenmerkt is voor de diepe klank van zijn blazerssectie en de boeiende kruising tussen sterk georchestreerde en gestructureerde stukken en de zeer vrije improvisaties. De emotionele en muzikale kracht van dit 8-koppig ensemble is relatief uniek en ook vrij herkenbaar. De band bestaat uit Ed Wilkerson Jr - tenor, alto en bas saxofoon, clarinet en alto clarinet; Mwata Bowden - clarinet, bariton, en tenor; Robert Griffin - trumpet and flugelhorn; Isaiah Jackson - trombone; Aaron Dodd - tuba; Naomi Millender - cello; Harrison Bankhead - bas en Dushun Mosley - drums en percussion. Luister naar het begin van "Black Herman" hier onderaan en je zal meteen een idee hebben van wat deze blazers kunnen oproepen aan donkere dreiging, met een economische baslijn en dito drums, na vijf minuten onderbroken door krachtige hoge toonstoten, een tempowisseling en dan slaat de swing in de pan, met knap solowerk van alle blazers, maar ook van cello en bas. Dit album brengt ook één van de beste versies van Ornette Colemans "Lonely Woman", beginnend met een lang, snijdend, hartverscheurend duo van cello en bas dat de absolute droefheid van verpletterende eenzaamheid prachtig uitdrukt, dan nog geaccentueerd door het invallen van de blazers. Alleen dit nummer al maakt de aanschaf van deze CD een must. Niet vernieuwend, wel een prachtige synthese van big band, freejazz en bop. Creatief met knappe expressiviteit.

Luister naar sound samples (hoewel te kort voor deze lange nummers)

Black Herman
Glass Breakers
Lonely Woman
Sideshow
Light On The Path

For the English version, click HERE

Tuesday, July 10, 2007

IN A SENTIMENTAL MOOD : BELGIAN FEMALE PIANO PLAYERS

(voor Nathalie)

De twee beste mainstream/world jazz CD's ooit door vrouwelijke Belgische jazz-muzikanten gemaakt, hebben veel gemeen met elkaar, al was het maar de zoektocht naar absolute perfectie en het samengaan van strakke composities met emotionele kracht en instrumentele virtuositeit. Voorts hebben beide pianisten een openheid naar de wereld die typerend is. Myriam Alter is van joods-spaanse oorsprong, en groeide op in een omgeving waarin zowel Spaanse, Italiaanse, Zuid-Amerikaanse, als klassieke muziek op het dagelijks menu stonden. En Nathalie Loriers omringt zich met muzikanten van Italiaanse, Joegoslavisch-Jordaanse, Frans-Algerijnse en Belgische oorsprong. België, de melting pot van de wereld...

Myriam Alter - If (Enja Records, 2003) *****


Dit album is van een verbijsterende volgehouden melodische schoonheid, elegantie, rake frasering, ritmische fijnheid, kortom schitterend. Dit is mainstream jazz op zijn best : herkenbaar maar toch creatief, emotioneel zonder opdringerig te zijn, intimistisch met een duidelijke muzikale visie. Eén van de meest verrassende aspecten van dit album is dat de Belgische pianiste/componiste het pianowerk overlaat aan Kenny Werner in plaats van zelf te spelen. Volgens Myriam Alter is Werner de betere pianist en zij de betere componist, en toch is het me niet helemaal duidelijk, maar het blijkt in elk geval een succesvolle keuze te zijn. De andere muzikanten mogen er ook zijn, Dino Saluzzi op bandoneon, John Ruocco op clarinet, en de Masada ritmesectie : Greg Cohen op bas en Joey Baron op drums. Wat dit ensemble brengt is het muzikaal equivalent van een praline van het beste soort. Hoogkwalitatieve ingrediënten, het smelt in de mond, is zeer zoet, maar met een krachtige, degelijke smaak, het resultaat van een vakkundig en virtuoos proces. En je wil zeker meer. En het verrassende is dat het smeltproces ergens binnenin de luisteraar plaatsvindt, zo hartverwarmend mooi is dit album. Dit is mijlen verwijderd van freejazz, mijn excuus hiervoor, maar ik heb ook een zeer sentimentele kant die mainstream van uitzonderlijk niveau wel kan genieten. En dit album behoort hier zeker toe. Esthetisch, elegant, verfijnd, emotioneel, licht, ...

Listen to sound samples

Waking Up
Home
IfI Think Of It
Moving Somewhere
Where You Belong

Nathalie Loriers Chemins Croisés - L'Arbre Pleure (De Werf, 2006) ****


Een ander Belgisch album, "L'Arbre Pleure", dat gerust naast Myriam Alter kan staan, komt van de Belgische pianiste Nathalie Loriers en haar band Chemins Croisés, met Gianluigi Trovesi op clarinet, Karim Baggili op oud, Philipppe Aerts op bas en Joël Allouche op drums. De bezetting van de band en de naam geeft al aan dat hier veel verschillende invloeden aan het werk zijn, Europese, Arabische en Amerikaanse (jazz, weet je wel). De vergelijking met Myriam Alter gaat op in de zin dat de composities sterk zijn, de muzikanten (en dan vooral Trovesi en Loriers zelf) een stuk boven de middelmaat, en een zeer sterke muzikale eenheid en emotionele spankracht het hele album ondersteunt. De toon heeft niet het melancholische van Myriam Alters "If", af en toe is er wat vreugde tussen, zoals in "A Pas Feutrés" (verwijzend naar haar kat?) of "Mister Lee". Het leuke van dit album is dat de vanzelfsprekendheid van de melodieën en het samenspel een melodische en ritmische complexiteit verbergt, en die moet je als luisteraar uiteraard niet opmerken, als je de kracht van het geheel maar met plezier ervaart. En die spelvreugde die druipt gewoon van het geheel af. Prachtig. Voor de kalmere momenten.

Luister naar Sound Samples :

Kalila Et Dimna
L'Arbre Pleure
L'Auberge Des Femmes

For the English version, click HERE

Monday, July 9, 2007

Brian Groder - Torque (Latham, 2006) *****

Je moet het maar doen, het Sam Rivers Trio uitnodigen voor een gezamenlijke CD, dat is net of je zelf gaat vragen of je als vijfde wiel aan de wagen mee mag. Voor wie het nog niet mocht weten : Sam Rivers heeft zowat alle jazz-watertjes doorzwommen in zijn 83-jarige leven, maar heeft met zijn geweldige tenor vooral de avant-garde en freejazz opgefleurd. En wel, Brian Groder is erin geslaagd om samen met Rivers en zijn ritmesectie, Doug Mathews op bas en Anthony Cole op drums, een dijk van een album te maken. Brian Groder is een New Yorkse trompettist die op dit album niet alleen muziek maakt alsof hij al jaren met dit trio toert, maar er tegelijk in slaagt om een gezamenlijke taal te ontwikkelen die het midden houdt tussen free, avant-garde en bop. Met uitzondering van de zeer schaarse unisono thema's tussen sax en trompet, bestaat dit album uit zeer melodieuze ontdekkingstocht naar samenspel en klankkleur, met zeer veel ruimte voor improvisatie. Het album bestaat uit enkele stukken waar de hele band mee doet, maar ook met duo's, beginnend met Cole ("Spellcast"), met Rivers alleen (op fluit "Behind The Shadows", of sax "Camouflage"), dan met de bas ("Iota", "Jingo"). Het album eindigt dan weer met een duo van trompet en drums. En ongeacht de configuratie, dit is schitterende muziek, die zowel freejazzers als mainstreamers zal bekoren, door zijn absolute muzikale vrijheid, openheid en visie, maar tegelijk door zijn toegankelijke gevoeligheid, melodisch en ritmisch plezier. Groder is uiteraard de centrale muzicerende figuur, maar de intensiteit en de diepgang die hier wordt gebracht is de verdienste van de ganse band. En het meest verbluffende is dat Sam Rivers op alle vlak met Groder meegaat, alsof hij het alter ego van de trompettist is, maar dan op sax. De man zijn kunnen, inlevingsvermogen en muzikaal begrip is verbijsterend. Alles wat hier wordt gebracht is een succes. Een must!


Luister naar sound samples :
Spellcast
Betwixt
Diverging Orbits
Involution
Tragic Magic
Behind The Shadows, Part II
Iota
Oculus

For the English version, click HERE

Monday, July 2, 2007

Spaceways Inc. - Version Sould (Atavistic, 2002) *****

Wie deze CD oplegt en NIET meteen aan het dansen slaat, heeft waarschijnlijk ijskoud bloed door zijn aderen lopen. Spaceways Inc. is één van de vele bands van Ken Vandermark, ditmaal op bariton sax, met Nate McBride op bas en Hamid Drake op drums. Deze CD verenigt de muziek van Sun Ra met die van Funkadelic, en die mix wordt gebracht met laaiend enthousiasme én respect. Hou je van ritmes, leg deze CD op. Hou je van het betere samenspel? Deze CD is je ding. Hou je van improvisatie rond een vast thema? Zoek niet verder. Hou je van muziek met een ziel? Luister dan hier eens naar. Hou je van emotionele uitdrukkingskracht? Hou je van zuivere schoonheid? Hou je van muziek die ruimte laat? Zo zou ik nog kunnen doorgaan. Ik ken weinige stukken muziek waarin ritmisch plezier en samenspel tot een dergelijk hoog niveau zijn verheven. En de kracht ervan, ook van de funk en de reggae die je hier terugvindt, is wat er niet gespeeld wordt. De drumslag die niet wordt gegeven, de fractie van de seconde waar de muziek stopt en dan weer op gang komt. Drake, McBride én Vandermark hebben op deze CD hun echte biotoop gevonden. Al van bij de eerste noten van het eerste nummer "Back Of A Cab", hoor je dat hier speciale dingen te gebeuren staan : de pompende elektrische bas van McBride, het economisch maar zo raak drumspel van Drake, en de diepe zachte tonen van de bariton die plots invalt, niets schreeuwerigs maar de diepste blues uit het instrument halend. En dit lijkt allemaal zo verdomd simpel, maar er zijn er weinigen die de complexiteit van deze muziek aankunnen, alleen hoor je die niet. Je hoort enkel die verdomd goede muziek. Minder is meer, en hoeveel meer. Je hebt het hier allemaal. Rustige nummers ("Reasonable Hour"), vettige funkers ("Size Large"), ingetogen free jazz ("Rothko Sideways"), het hardere free werk ("Force At A Distance"). Minder is meer, en hoeveel meer!


For the English version, click HERE

Wednesday, April 4, 2007

John Lindberg - Ruminations Upon Ives And Gottschalk (Between The Lines, 2003) *****


In mijn zoektocht naar schoonheid die door de mazen van het recensenten-netwerk valt, ben ik ook op deze parel gestoten. John Lindberg is een fenomenaal bassist, met een zeer brede baggage, gaande van klassiek over jazz tot avant-garde. Deze CD is een hommage aan twee modern klassieke Amerikaanse componisten, Charles Ives and Louis Moreau Gottschalk, maar deze muziek is verre van klassiek, wel moderne jazz : ritmisch, melodisch en avontuurlijk. Lindberg gebruikt alle invloeden, en bij momenten is dit wereldmuziek, met Arabische invloeden, Aziatische invloeden. De bezetting is beperkt : Susie Ibarra op percussie, Steve Gorn op clarinet, sax en bansuri, Baikida Carroll op trompet, en Lindberg zelf op bas. Vaak zijn slechts enkele van deze vier muzikanten samen aan het werk, wat het geheel een zeer ruimtelijk effect geeft, maar toch ook één van nabijheid. Deze muziek is bij momenten spiritueel, bij momenten geestig, met strakke composities, contrapunt, ritmeveranderingen, en met ruimte voor improvisatie. Een CD om veel te beluisteren en om telkens nieuwe dingen in te ontdekken. Mooi. Prachtig.

For the English version, click HERE

Tuesday, April 3, 2007

Ravi Padmanabha/Daniel Carter - Nivesana (Epoch Music, 2006) *****


Sorry, maar ik blijf maar CD's vinden van uitzonderlijke kwaliteit. Dit is er weer zo één van. Absolute top en moeilijk te vinden. Daniel Carter is een trompetist, saxofonist, fluitspeler, die naast zijn eigen producties vooral gekend is van zijn deelname aan bands als "Other Dimensions In Music" en "Test", beide freejazz outfits van het hoogste kaliber. Dit album is anders, in het begin qua concept sterk te vergelijken met Compassion
van Wadada Leo Smith en Adam Rudolph. Wie deze laatste CD goed vindt, zal deze ook wel smaken : de combinatie en de insteek zijn immers dezelfde : vrije improvisatie van blazer en percussie. De percussie komt van de in de VS residerende Indiër Ravi Padmanabha, die me verder onbekend is, maar deze CD heel wat kracht geeft. Zijn percussiespel is vaak gebruikt als klankachtergrond (en in loops geplaatst), eerder dan ritmische ondersteuning, hoewel dat laatste niet mag worden onderschat, zijn ritmes kunnen uitermate complex zijn, ondanks de eenvoud van uitvoering. Daniel Carter is prachtig, vooral op trompet, met lange zachte mediterende tonen, zonder echte melodie, maar ook niet dissonant. Het pièce-de-résistance is het lange high energy stuk "Maka Supreme/Takadinkataka", waar op de achtergrond van repetitieve Indisch vocals, een intens duet van sax en drums golft van zachte passages naar knetterend vuurwerk van het hardste soort en dan weer verglijdend naar meditatieve tonen. Dit is knappe, authentieke muziek met een eigen stem en een heel strak gehouden logica voor de hele CD, ondanks de variatie van instrumenten en tempo's. Sterk aangeraden!


For the English version, click HERE

Sunday, April 1, 2007

Henri Texier - Alerte A L'Eau (Label Bleu, 2007) *****


Hier is hij dan, de nieuwe Texier : hij verrast en blijft vertrouwd. Texier is echt gekenmerkt door zijn melodieën die uit duizenden te herkennen zijn, of het nu in de snelle of de trage nummers is. De CD begint al sterk uptempo met "Afrique à l'Eau", met een knappe blazerssectie die contrapuntisch het fusion-achtige gitaarspel van Manuel Codjia ondersteunt, met afro-drumming à la Ed Blackwell. Het derde nummer "Blues d'Eau" is een trage blues, met de tenor van Sebastien Texier in de hoofdrol. Om de vier nummers is er een duo, het eerste, "Flaque Nuage", van de trombone van Géorgui Kornazov, en percussie, traag en bluesy, het tweede "Flaque Etoile", een vrije dialoog tussen de basclarinet van François Corneloup en de sax van Sébastien Texier, door elkaar pratend en roepend en dansend om samen unisono te eindigen, het derde "Flaque Soleil", een knap stukje arpeggio gitaar die een mooi bassolo begeleidt, het vierde "Flaque Lune", startend met de sterke bas van Texier zelf, aangevuld met het zenuwachtig drumspel van Christophe Marquet. Dit is ook een tweede handelsmerk van Texier geworden : grote aandacht voor de structuur van het ganse album en dit te besprenkelen met korte tussenstukjes (zie bijvoorbeeld de zeven tussenstukjes op "Indian's Week" voor elke dag van de week). Het sterkste stuk van het album is "O Elvin", prachtig ritmisch met soloruimte voor alle muzikanten en wisselende thema's. En zo gaat dit verder : lichtvoetig, zwaarmoedig, dansend, wenend, afgewerkte composities, met sterk afwisselende ritmes (reggae, blues, afro, jazzy, rock, wals) en samenspel met schreeuwende solo's, zingende solo's, spetterende solo's.

Ik weet niet wat er in de eerste maanden van dit jaar gaande is, maar er is al heel wat moois verschenen. En deze CD past prachtig in dat rijtje. Opnieuw : hol naar de jazz-boer en koop deze CD!

For the English version, click HERE

Monday, March 26, 2007

Satoko Fujii & Natsuki Tamura - in Krakow in November (Not Two Records, 2006) *****


De echtgenoten Satoko Fujii (piano) en Natsuki Tamura (trompet) doen het weer : en hoe! Fujii is een muzikale duizendpoot die alle vormen van jazz aankan en ook aan de lopende band CD's produceert die creatief én interessant én gevarieerd zijn, zowel qua stijlen als qua uitvoering (big band, kwartet, duo's, solo, ...), als qua kwantitet aan output : 7 CD's in 2006, 5 in 2005, 8 in 2004. Een overzicht van wat ze brengt zou ons te ver leiden, maar check haar blog voor meer info. Deze CD nu : prachtig van begin tot eind. Dit is jazz die meer terugplooit op de Europese muzikale traditie dan de Amerikaanse, en breder dan enkel jazz, met verwijzingen naar klassiek én Europese folk. Het eerste nummer komt van hun Gato Libre CD (aanrader) : Strange Village : een schitterende droevige melodie die uitermate geschikt is voor een dodenmars, maar dan in positieve zin. Maar dit koppel is niet bevreesd om ook echt buiten de lijntjes te kleuren. En dat maken ze in het begin van het tweede nummer al duidelijk : Fujii bewerkt haar snaren en Tamura perst blazende en snijdende geluiden uit zijn trompet, om dan een daverend en opzwepend tempo erin te brengen. Dan wordt de muziek meditatief romantisch, ingetogen, zonder melig te worden, de piano licht ondersteunend, de trompet emotioneel meeslepend. Dit is moderne jazz van de bovenste plank, met een koppel dat elkaar muzikaal perfect aanvoelt en knappe muzikanten zijn op de koop toe. Schitterend!

Luister naar In Krakow, In November

For the English version, click HERE

Thursday, March 8, 2007

Henri Texier - Remparts D'Argile (Label Bleu, 2001) *****


Van Henri Texier heb ik veel, zo niet alles wat hij onder zijn naam heeft uitgebracht (buiten zijn laatste "Alerte à l'Eau" die pas uit is sinds februari, maar nog niet in mijn bezit). Waarom? Heel simpel : die man weet wat muziek is, en hij heeft er zijn heel eigen bescheiden kijk op. Hij is een fenomenaal bassist die zijn grondtoon houdt en tegelijk heel melodieus is. Bovendien verweeft hij in zijn muziek heel veel invloeden, te beginnen met Franse folkmuziek waarvan hij de vaak vrolijke melodie omturnt tot een jazz-vorm : verlengen en rekken van de basismelodie, accenten anders leggen, en er een wat donkerder klank aan geven. Een Texier-melodie is daarom heel herkenbaar, ook in zijn Cd's met Louis Sclavis en Aldo Romano is dat het geval. Maar daar stopt het niet mee. Ook Arabische invloeden, Afrikaanse invloeden vinden op een simpele manier zijn weg in zijn muziek. De beste CD's heeft hij met zijn Azur Quintet gemaakt, met zijn zoon Sébastien op sax, Tony Rabeson op drums, met Bojan Zulfikarpasic op piano, en Glen Ferris op trombone : "Mad Nomads", "An Indian's Week" en "Mosaic Man" zijn sterke aanraders. Zeker omdat die muziek nog iets rijker wordt door het bijkomend reliëf van trombone en piano. En het is vooral die piano van Bojan Z die de extra's toevoegt : ritmisch en melodisch wordt er wat balkan invloed in de mix gegooid. Op twee andere CD's ("Izlaz" en "Colonel Skopje") speelt Steve Swallow mee op zijn elektrische bas. Een kwartet met twee bassisten, dat is eens wat anders.



Ok, maar waarom dan Remparts D'Argile kiezen? Het is inderdaad filmmuziek, en vaak is die nogal saai als je de beelden er niet bij ziet, maar dat is bij deze dus absoluut niet het geval. Deze CD vind ik zijn beste omdat ze zijn muziek tot zijn essentie herleidt : de kracht van ritme, melodie en improvisatie. De complexiteit van de arrangementen zijn eruit gefilterd en wat overblijft is naakte emotie : vreugde, verdriet, wanhoop, angst. Tony Rabeson is goed, maar vooral Sebastien Texier verdient applaus voor de variatie die hij aan de dag legt op sax en clarinet. En Henri? Wel, die draagt als naar gewoonte het hele gebouw, onopvallend als de meeste funderingen, hij plaatst zijn solootjes, hij draagt het ritme, hij legt de accenten, hij drijft de anderen aan, hij zet bij momenten zelfs aan tot swingen, ... En de muziek? Die is absoluut prachtig. Schitterende melodieën, perfecte dosering van samenspel en improvisatie. Het prachtige van deze CD is dat je de film niet nodig hebt. De muziek is sterk genoeg.


For the English version, click HERE

Monday, March 5, 2007

Charlie Haden - The Liberation Music Orchestra (Impulse, 1969) en The Ballad Of The Fallen (ECM, 1982) *****



Dit zijn de eerste twee CD's van het Liberation Music Orchestra van Charlie Haden, een band die hij met wisselende bezetting zo eens om de tien jaar op CD zet (1969 "Liberation Music Orchestra", 1982 "The Ballad Of The Fallen", 1990 "Dream Keeper", 1999 "The Montreal Tapes", 2005 "Not In Our Name"). De muziek in deze reeks brengt een combinatie van traditionele Centraal-Amerikaanse (mars)muziek, big band en freejazz. De toon is beschrijvend en bevrijdend tegelijkertijd : de muziek probeert de strijd en het lijden weer te geven van de onderdrukte massa's, maar wil tegelijkertijd bevrijdend zijn door barrières en verbodsbepalingen te doorbreken (ook een muzikale revolutie). Je hoort in de muziek de legers optrekken, de moeders huilen, de leiders toespraken houden, de gewonden kreunen na de veldslag, de helden bejubeld worden. Een band met jazz iconen als Haden zelf, Don Cherry, Carla Bley, Jim Pepper, Mick Goodrick, Dewey Redman, Paul Motian, Michael Mantler een triomfalistisch revolutielied horen spelen met als titel "The People United Will Never Be Defeated", klinkend als de fanfare van het dorp, is uniek, en dat wordt het nog meer als het gevolgd wordt door Hadens mooie, serene "Silence", met de big band traag unisono, de gillende trompet van Cherry er bovenuit, en dan verstillend in een duo van piano en bas in "Too Late". Sentimenteel? Zeker, voor 100%, maar zonder dat het (al te) stroperig of zeemzoet wordt. Vandaar dat het antidotum van de improvisaties zo goed werkt. Dit is een clash van twee muziekstijlen die in wezen niets met elkaar te maken hebben, zelfs elkaar tegengestelde zijn. Dat contrast is het sterkst op het eerste album, dat de chaos en de wanhoop iets meer beklemtoonde. Beide CD's hebben een "suite-structuur", met in elkaar geschoven thema's en veranderende bezettingen in hetzelfde nummer, naadloos overgaand van freejazz geschetter over Spaanse gitaar naar een bassolo tot fanfaremuziek. Memorabele composities van de eerste CD zijn Hadens prachtige "Song For Ché" en Ornette Colemans "War Orphans". Op "The Ballad Of The Fallen" is het geheel meer in toom gehouden, iets strakker in de composities, en het verschil met de latere CD's is dat het niet helemaal verglijdt naar programmatisch politiek sentimentalisme zoals op "Not In Our Name". En op beide CD's neemt Haden zelf de ruimte om zijn improvisatorisch genie op de bas te tonen, een combinatie van techniek, esthetische schoonheid en emotionele uitdrukkingskracht. Niet te missen.


For the English version, click HERE

Monday, February 26, 2007

Louis Sclavis - L'Imparfait Des Langues (ECM, 2007) *****


Louis Sclavis is een Frans clarinet-virtuoos die in de voorbije decennia met ongeveer iedereen van de Europese avant jazz scene gespeeld heeft (Evan Parker, Brotzmann, Tony Oxley, Lol Coxhill, Henri Texier, Marc Ducret, Bruno Chevillon, ...). Hij heeft al enkele jaren zijn vaste stek gevonden bij ECM. Veel van zijn eigen muziek is uitermate complex, afstandelijk, cerebraal, soms cross-over met modern klassiek, en niet echt mijn "cup of tea". Zijn samenspel met Aldo Romano en Henri Texier op de Carnets de Routes trilogie (kopen!) heeft hem blijkbaar terug onder de mensen gebracht, want deze CD is warm, toegankelijk (relatief gezien), met "Soul", wat de vorige albums misten volgens mij. Voor de gelegenheid omringt hij zich nu met jonge muzikanten op sax, klavier, gitaar, bas en drums. De melodieën zijn absoluut prachtig, met invloeden van over de hele wereld, en net zoals bij vele CD's van Henri Texier vind je ook hier Franse folk ingrediënten. Maar Sclavis brengt die tradities van folk en jazz nog een stap verder, voorbij de deconstructie van de freejazz en herbouwt ze met elektronica en rock-elementen. Het vierde nummer "Le Verbe" doorworstelt die hele transformatie op zich. De titel van de CD verklaart de filosofie : "l'imparfait" wijst zowel naar de grammatikale term voor de verleden tijd, als naar de onvolmaaktheid der dingen, de talen zijn dan de talen van de muziek, die uit het verleden, de onvolmaaktheid om echt te communiceren, en om het ondanks die onvolmaaktheid toch te kunnen doen, elk met zijn eigen dialect en andere interpretatie, maar op zoek naar een nieuwe dialoog, een nieuwe taal, één die wel alles omvat, één die wel perfect is. Maar dat is mijn interpretatie achteraf. Wat het ook moge zijn, de muziek is mooi, ontroerend, verrassend, creatief, intens, rockend, swingend, ... Sclavis heeft zichzelf heruitgevonden ... en in dezelfde moeite de muziekgeschiedenis. Een juweeltje!


For the English version, click HERE

Sunday, February 11, 2007

John Surman & Jack DeJohnette - Invisible Nature (ECM 2002) *****


John Surman en Jack DeJohnette behoeven geen lange inleiding. De Britse saxofonist heeft ondertussen zijn eigen geluid gecreëerd, samen met een herkenbaar melodisch handelsmerk, mar toch moeilijk om na te bootsen. De drummer is ook uniek : een ritmische gigant en een perfectionist van de geluidsweergave van zijn drumstel. Wat deze twee virtuosen brengen op "Invisible Nature" is absoluut uniek : live opgenomen in Tampere (Finland) en Berlijn (Duitsland), is dit album een plezier van begin tot eind, zonder enig zwak moment. Het meest verrassende is dat alle nummers, met uitzondering van één, ter plekke zijn geïmproviseerd. De muziek integreert vele stijlen, blues, Indische muziek, klassieke muziek, ... en jazz natuurlijk. Het gebruik van elektronica brengt klankvariatie in het album, maar de improvisaties zijn dusdanig sterk om ook zonder ondersteuning overeind te blijven staan en zelf een breed palet aan klankvariatie te brengen. Sterk aanbevolen.



For the English version, click HERE

Wednesday, February 7, 2007

Jerry Gonzalez - Y Los Piratas Del Flamenco - *****



Jerry Gonzalez is het best gekend van zijn Afro-Cubaanse Fort Apache Band, maar op deze CD brengt hij iets totaals anders. Intiem, contemplatief, mooi : een trio met trompet, Spaanse gitaar en handpercussie. Dit is flamenco met een jazzy twist, dit is jazz (Monk, Charlie Parker) met een flamenco twist. Zanger Diego El Cigala zingt op enkele nummers en zijn rauwe flamenco stem brengt nog meer lokale ingrediënten in de mix. Deze muziek is zeer ver verwijderd van de uptempo flamenco dans met veel handgeklap, ze staat op zich, met trage, zorgvuldig opgebouwde melodieën, knappe structuren, met ruimte voor improvisatie. Dit is breekbare, gevoelige, respectvolle, eerlijke muziek, ver verwijderd van de kitsch van de meeste fusion. De percussie, de trompet, de gitaar, de stem : ze passen perfect bij elkaar.



For the English version, click HERE

Sunday, January 28, 2007

Exploding Star Orchestra - We Are All From Somewhere Else (Thrill Jockey, 2007) *****


Rob Mazurek is een geval apart. Met zijn Chicago Underground Duo/Trio/Quartet heeft hij enkele knappe CD's gemaakt. Solo heeft hij ook altijd avontuurlijke paden bewandeld met enkele missers ertussen, waaronder zijn concept van onderwatertrompet, dat wel een leuke vondst is, maar niet om een hele CD naar te luisteren. Ook zijn elektronisch Braziliaans experiment met de Sao Paulo Underground van vorig jaar was niet echt mijn ding. Maar nu is er het Exploding Star Orchestra, een mammoet van een album, een dijk van een CD, een kolos van een plaat : gestructureerde chaos, energie te over, intens met zachte stukken tussen, een bezetting om "u" tegen te zeggen, maar met een duidelijke coherente visie qua compositie én uitvoering. De CD bestaat uit drie stukken : Sting Ray and The Beginning Of Time, Black Sun, Cosmic Tomes for Sleep Walking Lovers. De eerste noten van de CD zeggen het al : met een Mission Impossible-achtige dreun wordt de "beginning of time" ingezet, met fluit, vibrafoon en trombone in de hoofdrol, met dan plots een totale ommekeer qua ritme en melodie voor het ganse orkest, maar het tempo blijft hoog en opzwepend. In één van de passages van het eerste stuk wordt onder andere de energie van een twintigtal sidderalen in een bak omgezet in geluid, wat als achtergrond dient voor de vrije improv. Maar laat dat u niet afschrikken : het werkt. Het tweede stuk is een introspectief pianostuk en het derde is vrije groepsimprovisatie, onderbroken met wat repetitief minimalistische ritmes, georchestreerde chaos, hecht samenspel en sterke solo's. Ik heb hier geen naam voor. Deze CD staat ook buiten elk gekend genre. Dit is geen big band, geen freejazz, geen avant-garde, geen experimentele muziek, geen mainstream, geen spirituele muziek, geen filmmuziek, maar toch wel een beetje van dat alles. Niet altijd voor gevoelige oren, maar iedereen zal de muzikale kracht van "We Are All From Somewhere Else" wel moeten erkennen. Een meesterwerk.

Rob Mazurek – Composer, Director Cornet, Electronics
Nicole Mitchell – Flutes, Voice
Jeb Bishop - Trombone
Corey Wilkes - Flugelhorn
Josh Berman - Cornet
Matt Bauder - Bass Clarinet, Tenor Saxophone
Jeff Parker - Guitar
Jim Baker – Piano, ARP Synthesizer, Pianette
Jason Adasiewicz - Vibraphone
John McEntire – Marimba, Tubular Bells, Edits, Recording Engineer
Matt Lux - Electric Bass Guitar
Jason Ajemian - Acoustic Bass
Mike Reed – Drums, Percussion, Saw
John Herndon - Drums


Bestellen of downloaden bij Thrill Jockey : http://www.thrilljockey.com/catalog/index.html?id=100386

For English version, click HERE

Tuesday, January 23, 2007

Kahil El'Zabar - The Ritual

Nog een trompet trio (en er komen er nog aan). Dit is de eerste CD van Kahil El'Zabars Ritual Trio, nog niet met die naam. Eigenlijk zijn het twee leden van het Art Ensemble Of Chicago, Lester Bowie (trompet) and Malachi Favors (bas), die samen met El'Zabar één van hun eigen nummers spelen, Magg Zelma (uit Full Force, 1980). Dit is slechts één nummer, maar bijna 42 minuten lang. Dit is muziek met diepe SOUL, gevoelig, plechtstatig, open, echt, respectvol, intens. Niet langer op CD te vinden, wel nu op iTunes.





For English version, click HERE

Sunday, January 21, 2007

Trio X - Roulette At Location One (Cadence, 2006) *****


Een vreugdevol moment. De eerste CD's van 2007 rollen binnen en Roulette At Location One van Trio X maakt nu al aanspraken voor het eindejaarslijstje. Duval leidt de dans op Funny Valentines of War, met een contemplatieve start op bas, na enkele minuten spaarzaam aangevuld door Joe McPhee op sax en Jay Rosen op drums. Na vier minuten zetten Duval en Rosen een stevig ritme in terwijl McPhee My Funny Valentine traag en slepend brengt. Het contrast van de ritmesectie met de sax is groot, maar dan laat McPhee zich meeslepen en wordt het meer "war" dan "funny valentine", om dan weer van stemming te veranderen in een broos en ingetogen samenspel, en licht funkend te eindigen.
Het tweede stuk, Improv of Melodies and Themes brengt een losse aaneenschakeling van gekende thema's, met vooral Lonely Woman als centraal gegeven. Deze compositie van Ornette Coleman met McPhee op sopraan en Duval met strijkstok is nog dreigender en droeviger dan ooit. Dit zijn stukken die het trio al op meerdere andere live albums heeft gebracht en die hen dan ook goed in de vingers zitten, maar ze slagen er toch in om ze vernieuwend te brengen. Hetzelfde niveau, met herkenbare thema's in de andere nummers (Ellington, Monk) blijft aangehouden in de volgende nummers. De afwisseling tussen ingetogen stukken en intense passages, het technisch meesterschap en het telepathisch samenspel van de drie muzikanten is absoluut geweldig. Deze CD houdt alles in wat goede muziek moet zijn. Het beperkt aanwezige publiek is terecht enthousiast. Absolute aanrader.
Te downloaden via iTunes.




For English version, click HERE