Showing posts with label Free jazz recensies. Show all posts
Showing posts with label Free jazz recensies. Show all posts

Sunday, September 16, 2007

Fred Lonberg-Holm - Terminal Valentines (Atavistic, 2007) ***

Oorspronkelijk wilde Fred Lonberg-Holm met zijn "Valentines For Fred Katz" een ode brengen zijn voornaamgenoot en collega-cellist. Het concept van een cello-bas-drums trio sloeg zo aan, dat hij er een vervolg aan breide met "Other Valentines" en nu dus "Terminal Valentines", een titel die ons doet vermoeden dat het ook de laatste in de rij is. Lonberg Holm is één van de belangrijkste jazz-cellisten van het moment, en hij verving ook recentelijk trombonist Jeb Bishop bij de Vandermark 5. De muziek varieert tussen jazz, kamermuziek, avant-garde en soms zelfs rock, en in tegenstelling tot de vorige twee albums heeft hij alle muziek nu zelf geschreven, en die mag er zijn. Het tweede nummer bijvoorbeeld "Maybe It's Too Late" toont zijn talent maximaal : donker en dreigend, met diep-emotionele snijdende tonen en veel ruimte voor de andere muzikanten. Andere nummers zoals "Three Note Song" en "And You Smile" hebben een iets opgewektere, melodieuzere insteek. Het trio slaagt er prima in om een evenwicht te vinden tussen abstractie en melodie, structuur en vrije improvisatie, emotionaliteit en intellectueel spel. Anderzijds is het wel zo dat de kleine bezetting haar beperkingen heeft, en het concept verder uitmelken lijkt inderdaad weinig zinvol.

Downloadbaar en beluisterbaar via emusic.com

For the English version, click HERE

Thursday, September 13, 2007

Jimmy Weinstein - This Ocean (Ad Hoc 002) ****


Jimmy Weinstein is een drummer met een turbulente levensloop, levend tussen de VS en Europa, reizend van de ene stad naar de andere, lessen volgend bij topmuzikanten, veranderen van instrument, jaren optreden als straatmuzikant, om uiteindelijk bij het Spaanse Fresh Sound New Talent een aantal CD's te kunnen maken, maar om met dit Japanse trio, bestaande uit Satoko Fujii op piano, Natsuki Tamura op trompet en Masa Kamaguchi op bas, in eigen beheer deze CD uit te brengen. Je kan hem downloaden via payplay.com, en dat is een ongelooflijk gemak en bovendien absoluut aan te raden. De muziek op deze CD is wild, breeddenkend, alle richtingen opgaand, van introverte intimistische klankverkenningen tot zeer extraverte superdynamische geluidsuitbarstingen, zeer vrij en open, maar wonderlijk beheerst. Hier wordt met plezier en met uiterste concentratie muziek neergezet, die dondert, klatert, klettert, swingt en zingt, verbluft en verbaast, doet lachen en wenen, teruggrijpt naar de bop, en toch de meest creatieve en vrije zones opzoekt. De muzikale kwaliteiten van deze Japanners kan ik niet genoeg beklemtonen, Fujii én Tamura behoren tot het beste van het moment, en dat ze dit album met Weinstein maken toont al voldoende aan welk respect ze voor hem hebben. En terecht! Man, man, man, waarom worden sommige CD's niet ruimer gepromoot? Luister en oordeel zelf.

Luister naar :
Squalls
East Of Cadiz
Rat
Beaufort's Scale
Go-Getter

For the English version, click HERE

Sunday, September 9, 2007

Unit - Time Setting (BMC, 2007) ****

Ook Unit is een internationale bedoening, met de Belg Laurent Blondiau op trompet en bugel, de Fransen Matthieu Donarier op sax/clarinet en Sebastian Boisseau op bas, de Hongaar Gabor Gado op gitaar, en de Deen Stefan Pasborg op drums. "Time Setting", dat pas verschenen is op het Hongaarse BMC label, brengt een verzameling van 13 nummers die korter zijn dan twee minuten, met daar bovenop enkele langere nummers, met het laatste dat meer dan 18 minuten duurt. Ook hier is de muziek fris en open, misschien iets meer geankerd in de traditie, maar toch behorend tot de meer experimentele moderne jazz. De korte nummers beperken natuurlijk de mogelijkheid tot lange improvisaties : het worden zeer compacte melodische sculpturen die met grote zorgvuldigheid voor toon, klank en opbouw zijn ineengezet. De grote hoeveelheid nummers verbreedt natuurlijk ook de mogelijkheden om verschillende "moods" naast elkaar te zetten : soms klinkt de muziek dreigend, soms angstig, soms melancholisch, soms zelfs grappig. De vijf muzikanten spelen niet alleen zeer goed, ze staan op dit album duidelijk muzikaal op dezelfde lijn, wat de eenheid en de coherentie van het geheel alleen maar ten goede komt. Sterke aanrader!

Luister naar sound samples.

For the English version, click HERE

Red Rockett - Mitten (Rat Records, 2007) ****



"Mitten" is het debuutalbum van Red Rocket, een trio met de Belg Joachim Badenhorst op tenor saxofoon en clarinet, en de Ieren Simon Jermyn op gitaar en Sean Carpio op drums. Badenhorst is een clarinettist die nadien de sax erbij nam. Na zijn studies in Antwerpen, ging hij verder studeren aan de academie in Den Haag, en kreeg er les van o.a. John Ruocco. De muziek van dit technisch en compositorisch zeer sterke trio is echt leuk om te horen : hun muziek klinkt zeer fris en open, mede door de interessante melodische exploraties en de rock-invloeden. Ze wisselen abstractere harmonische oefeningen af met intensere momenten, en ondanks de openheid klinkt de muziek vol en uitermate afgewerkt. De solo's van Badenhorst zijn zeer knap, hij varieert, is emotioneel, gestructureerd en gefocust, maar ook Jermyn en Carpio zijn uitstekende muzikanten. Fans van Chris Speed, Jim Black en Hilmar Jensson zullen hier zeker plezier aan beleven.

Klik hier voor samples op Myspace


For the English version, click HERE

Friday, September 7, 2007

John Tchicai - Witch's Scream (TUM Records, 2007) **½

Als drie van de top-protagonisten van de beginjaren van de freejazz nog eens samen een CD maken, dan zijn de verwachtingen hoog gespannen. Saxofonist John Tchicai, 71 jaar, heeft mee de Europese freejazz op de kaart gezet, bassist Reggie Workman, 70, heeft vooral naam gemaakt bij Coltrane en Shepp, Andrew Cyrille, 67, heeft jarenlang gedrumd met grootheden als Cecil Taylor en John Carter. Dus dan verwacht je vuurwerk, maar het loopt wat anders uit. De drie spelen inderdaad alsof ze niets meer te bewijzen hebben, en het blijft beperkt tot een leuk uitstapje maar zonder enige verrassing, zonder enige kracht, zonder zout, zonder peper. Er staan knappe dingen op vooral als het echt improvisatie is, zoals op het eerste nummer, maar dan begint Monk's Dream, met vocals van Tchicai die echt niet kan zingen. In het begin komt dat nog sympathiek over, maar het wordt irritant, ook op andere nummers zoals "Proximity" en "Alice In Wonderland". En ze eindigen zoals ze zijn begonnen : goed. Het laatste nummer "The Current" is gelukkig ook het langste, maar het toont ook aan wat de rest van de CD had kunnen bieden. Misschien waren mijn verwachtingen te hoog gespannen.

For the English version, click HERE

Wednesday, September 5, 2007

Boots Brown - Boots Brown (Slottet, 2007) ****



De Zweedse band "Boots Brown" bestaat uit enkele van de meest prominente jazz-muzikanten van het land : Mats Gustafsson op sax, Magnus Broo op trompet, David Stackenäs op gitaar, Johan Bertling op bas, op één nummer begeleid door Tomas Hallonsten op orgel. Toen ik deze debuut-CD voor de eerste keer hoorde, schrok ik een beetje van de leegte, het gebrek aan melodische ontwikkeling en structuur. Anderzijds had de muziek een directheid, intimiteit en breekbaarheid die zeer aantrekkelijk overkwamen. Ze is pointillistisch van aard, met spatten klank die als verf op een canvas gekwakt zijn, op zichzelf zonder enige betekenis, maar met enige afstand, en eenmaal je met hun benadering vertrouwd raakt, ontstaat een interessant plaatje. Het is meer experimentele jazz dan freejazz, en bij herhaaldelijk beluisteren wordt de muzikale visie en het creatief gebruik van klank en gecoördineerd vrij samenspel, aantrekkelijker en aantrekkelijker. Een zeer open oefening, zeer zacht, soms droevig, soms vreugdevol. Van een vernieuwende frisheid.

Luister naar :
Knee-High
Teak Industrial Trailblazer
Gaucho Volcano


For the English version, click HERE

Monday, September 3, 2007

Taylor Ho Bynum & Tomas Fujiwara - True Events (482 Music, 2007) ****


Wie regelmatig deze blog leest, zal al weten dat ik een zwak hebben voor Don Cherry én voor kleine ensembles met veel spontane improvisatie. Daarom vond ik Taylor Ho Bynums "The Middle Picture" minder geslaagd en deze "True Events" wel. Beide zijn dit jaar verschenen, maar zijn onvergelijkelijk. Het eerste was een orchestrale bedoening met te grote ambitie, te veel en te grote variatie in de benadering wat de eenheid van stijl niet echt ten goede kwam, een euvel dat natuurlijk in een trompet-drums duo moeilijker kan voorkomen. En dat is zonder enige twijfel de kracht van dit album : beide muzikanten hebben niet alleen een ruime en sterke techniek, ze kennen elkaar door en door en hun interactie is daarom leuk om te horen. De meeste nummers zijn kort, zeer kort zelfs, en hun basis kent een minimaal geschetste melodische en ritmische structuur. Maar dat is het fijne aan deze muziek : ze heeft iets poëtisch in plaats van episch, compact een veelzeggend in hun gekozen uitdrukkingskracht eerder dan een lang verhaal nodig te hebben. Slechts één van de nummers is volledig geïmproviseerd, "The Emperor Of Ice Creams", en dat duurt bijna een kwartier. En hoewel het de compactheid mist van de andere nummers, biedt het een interessante uitbreiding van het concept naar een meer conversatie-achtige dialoog tussen beide instrumenten. Knappe CD.

Luister naar : The Upset

For the English version, click HERE

Saturday, September 1, 2007

Nels Cline/Andrea Parkins/Tom Rainey - Downpour (Victo Records, 2007) ****

Enkele jaren na hun eerste "Ash And Tabula", brengt dit avant-garde trio bestaande uit Nels Cline (gitaar), Andrea Parkins (elektronische accordeon en piano) en Tom Rainey (drums), een nieuwe verkenning van onbekende harde sonische universa. Het vraagt wat inspanning om te beluisteren, maar na herhaalde keren blijkt hoe verbluffend deze improvisatie is. Andrea Parkins zorgt voor het gros van de geluidsexploraties, die als basis dienen voor Nels Cline om op te reageren, terwijl Tom Rainey de boel ongelooflijk opjaagt. Dit is geen muziek die eigenlijk in een hokje te vatten is. Het is geen jazz, geen rock, geen echte vrije improv, maar eerder een eigen genre dat de drie vermelde integreert. Je kan samples vinden van deze CD op internet, maar korte stukjes van 30 seconden kunnen op geen enkele manier weergeven hoe deze muziek evolueert op de drie tracks van het album. De muziek sleurt je mee naar een plek waar je nooit geweest bent, en waar je soms, heel soms, herkenbare dingen hoort (getokkel van een gitaar, drums, zelfs enkele minuten onvervormde piano ...), maar waar je vooral verrast wordt door nieuwe klankopeningen naar andere ruimten, nieuwe combinaties, intens, beangstigend, donker, dreigend. De drie muzikanten zijn onwaarschijnlijk sterk. Tom Rainey is één van de beste moderne jazz drummers van het moment, en ongeveer elk van de CD's van de voorbije twee jaar waar hij aan meedeed is de moeite waard (Torn, Malaby, Berne, Helias, Shepik, O'Leary, Feldman), en dat is niet toevallig, want hij is een drummer die mee de toon van de muziek kan bepalen. Andrea Parkins is hier weinig op de voorgrond aanwezig, maar wat ze doet is uiterst functioneel en veel van de bevreemding is van haar hand. En Nels Cline slaagt er toch weer opnieuw in om een ruwe nieuwe klank te ontwikkelen, die bij momenten op gitaar lijkt, maar vaak ook niet, en zowel op de kalme als harde stukken is zijn spel creatief en subtiel. Hij is iemand die er zoals Robert Fripp voor zorgt dat er nieuwe muziek ontstaat dankzij meesterschap van het instrument. Deze CD biedt een echt muzikale ontdekkingstocht : hard, krachtig, intens. Niet te missen.

For the English version, click HERE

Thursday, August 30, 2007

Michael Marcus - The Magic Door (Not Two, 2007) ***

De eerste CD met Michael Marcus die ik hoorde was "Ithem" een sax trio met William Parker en Dennis Charles, en ik was meteen verkocht aan deze schitterende muzikant. Hij heeft een sterk gevoel voor melodie en toon in zijn improvisaties, net zoals hij swingt in zijn composities, met een groot respect voor de traditie die hij in een open, moderne vorm recreëert. Of hij nu met jaki Byard speelt of met de Cosmosamatics of in andere groepen, zijn kerneigenschappen blijven overal herkenbaar, en zo ook op deze CD. Hier houdt hij het bij clarinet, geassisteerd door Jay Rosen op drums enFrançois Grillot op bass op de meeste nummers. Daniel Levin speelt cello op drie nummers, en Rahsaan Carter en Eric Revis spelen elk bas op één nummer en Newton Taylor Baker speelt drums op één nummer (volgt u nog?). Wie belangstelling heeft voor melodische freejazz met een groot gevoel voor swing moet deze CD zeker eens beluisteren.

Luister naar :
The Magic Door


For the English version, click HERE

Blaise Siwula - New York Moments (Konnex, 2006) ****

Volledige improvisatie is niet alleen een zeldzame gebeurtenis, het is ook een zeer risicovolle onderneming en als gevolg daarvan zelden succesvol. Maar als het succesvol is, dan mag het ook worden gehoord. En dit is zeker het geval met deze CD van alto saxofonist Blaise Siwula, die het vervolg is van het eveneens bij Konnex uitgegeven "Brooklyn Moments". Nobu Stowe op piano en Ray Sage op drums zijn opnieuw van de partij, voor dit album aangevuld met Dom Minasi op gitaar. Net zoals op het vorige album slaagt dit kwartet erin om een zeer coherent geluid te brengen, zeer intens, met interessante excursies in hun samenspel. En de vier muzikanten hebben ook een zeer specifieke rol : Ray Sage is een heftig drummer, die weinig expliciete ritmes speelt, maar toch een sterke regelmaat in de ondersteuning geeft, Nobu Stowe biedt de melodische ruggengraat, Siwula zelf soloot erop los, zeer creatief, maar altijd beheerst, en Dom Minasi werkt als een klankbord voor Siwula, korte droge noten spelend, soms akkoorden. De vier instrumenten spelen bijna altijd permanent samen, alsof ze alle vier tegelijk soleren, zonder daarom in chaos te vervallen, maar met Stowe die als een soort centraal ankerpunt fungeert. Met uitzondering uiteraard van de twee trio-nummers van het album. Het leuke van de muziek is dat ze dermate open is, dat werkelijk alles kan gebeuren op elk moment, en bij intense beluistering een eigen logica en schoonheid oproept. Dit is het soort muziek waar woorden nog meer dan anders tekort schieten om de muziek te kunnen vatten. Een sterke aanrader voor wie open oren heeft.

For the English version, click HERE

Sunday, August 26, 2007

John Surman - The Spaces In Between (ECM, 2007) ****


John Surman is er altijd in geslaagd om een perfect evenwicht te vinden om zijn muziek toegankelijk en emotioneel te houden zonder in de ravijn van goedkope sentimentaliteit te vallen. De toon van zijn sax is uit de duizenden te herkennen, of het nu in een gewoon jazz kwartet is, of in een meer vrije omgeving zoals met Jack DeJohnette, of met electronische ondersteuning, of met een klassiek string kwartet zoals hier. Op dit album speelt ook Chris Laurence mee, zowel jazz als klassiek, waardoor het geheel iets gebalanceerder is. Zoals de titel al suggereert, is de muziek zeer open, een vredevol maar intense geluidsomgeving creërend. Ik ben geen echte fan van jazz waar ook strings in voorkomen, want ofwel is het té melig, ofwel pretentieus, in de zin van "zie eens hoe belangrijk ik nu wel ben geworden". Gelukkig is er niets van dit alles op dit album, de strijkers spelen immers een vooraanstande rol in de muziek, bouwen die mee op, of bepalen die zelfs volledig zoals op het titelnummer dat enkel bestaat uit solo viool, en één van de hoogtepunten van de CD is. De muziek varieert tussen jazz, modern klassiek, barok en romantiek. Er zijn duidelijke verwijzingen naar Bach ("Wayfarers All") als naar Ravel ("Mimosa"), maar toch blijven de composities ook typisch Surman, en zo doet de finale van het tweede nummer heel erg denken aan zijn "Edges Of Illusion" uit de vroege jaren 80. Op "Mimosa" is de muziek ook Arabisch geïnspireerd, zowel in melodie als in de accentuering van het thema door de violen. Ook de "moods" variëren doorheen het album, van melancholisch ("Winter Wish"), over speels ("Now See!") tot somber ("Leaving The Harrow"). Een prima album, met uitstekend solowerk van Surman, of het nu op bariton is, sopraansax of basclarinet. Zijn techniek, de opbouw van zijn solo's, de variatie in zijn spel en de helderheid van zijn toon zijn verbluffend. Surman heeft altijd gezocht naar zijn eigen romantische esthetiek, en die vindt hij hier, voor een groot deel dankzij de strijkers. Dit is geen jazz in de traditionele betekenis, maar het is schitterende muziek.

For the English version, click HERE

Friday, August 24, 2007

Raymond MacDonald & Günter Sommers - Delphinius & Lyra (Clean Feed, 2007) ****


Raymond MacDonald is een jonge Schotse saxofonist, Günter "Baby" Sommer een Zwitserse drummer die de Europese free jazz mee gestalte gaf. Op dit album gaan ze in dialoog, en hoe! De CD begint met een fikse mep van Sommer op één van zijn cymbalen, en het feest begint : vrije improvisatie van begin tot eind, met een niet aflatende intensiteit, ook in de kalmere stukken. De titel verwijst naar twee kleinere sterrenbeelden in het zuidelijk halfrond, Delphinius (de dolfijnen) en Lyra (de harp), wat zou kunnen verwijzen naar Coltrane-achtige "Interstellar Space" spiritualiteit, ook een album van sax en drums, terwijl de titels van de nummers een totaal andere, meer prozaïsche richting uitgaan met namen als "GIO and the Dresden Free Team", "Socialistic Hip Shit", "Peter's Red Shoes". Vreemd, maar het doet er niet toe. De muziek is schitterend, gevarieerd, diep-emotief, soms hard, schreiend, roepend, kwakend, maar nooit wild, nooit gratuit, want de twee muzikanten bouwen een interessante en soms verrassende muzikale wereld op, zoals in "I'm OK", waarin MacDonald op zijn alto klaaglijk alleen aan het janken is als een gewonde hond langs de weg, terwijl Sommer plots vrolijk mondharmonica-spelend voorbij komt wandelen. Hier en daar speelt Sommer ook mondharp, zingt/roept MacDonald alsof hij eerst feestviert en dan slaag krijgt van een politiekorps (de beelden die worden opgeroepen zijn redelijk bizar, en hangen misschien meer van de waanzin van uw dienaar af). Maar het meest plezier valt te beleven met "Socialist Hip Shit", dat op een repetitief bijna tribaal ritme een indringend sax-solo aflevert, gevolgd door vreugdevol vrij gezang, en eindigend in een zo mogelijk nog prachtiger solo van de sax. Ondanks de beperkte bezetting en de vrijheid van samenspel is hier geen saai moment te bespeuren, integendeel, de interactie grijpt de aandacht van bij het begin en laat niet meer los : verrassing, intensiteit, schoonheid, creatieve botsingen gekoppeld aan technisch meesterschap. Als je houdt van free jazz, zal deze je zeker bekoren.


Luister naar
GIO and the Dresden Free Team
Socialist Hip Shit
Parked on the Positive Side of Remembrance

Te downloaden via emusic.com.

For the English version, click HERE

Wednesday, August 22, 2007

Declared Enemy - Salute To 1000001 Stars (RogueArt, 2007) ***


Wel, wat moet ik hiervan zeggen? Weer knap en moedig van het Franse RogueArt label dat ze dit soort avonturen durven uitgeven. Een Amerikaanse bezetting bestaande uit Matthew Shipp op piano, Sabir Mateen op clarinet en alto sax, William Parker op bas en Gerald Cleaver op drums, dus kortom, zowat het beste van wat er op freejazz vlak over de plas te vinden is, maar in het gezelschap van Fransman Denis Lavant, die in het Frans teksten van Jean Genet declameert. Mijn eerste probleem hiermee is de meer algemene bedenking dat de combinatie van gesproken poëzie en muziek volgens mij altijd vloekt, en wel omdat de eerste opdracht van poëzie is om muzikaliteit in taal te leggen. En die komt pas tot zijn recht als die niet in competitie is met echte muziek. Ik ken geen succesvol voorbeeld. Integendeel, vaak zijn het toonbeelden van pretentie. Mijn tweede probleem is specifiek : de declamatie van Denis Lavant is echt lelijk : van een ongevarieerde pathetiek en 19e eeuwse romantiek, die je eerder zou verwachten voor teksten van Verlaine of Rimbaurd maar niet bij Genet, die eerder aanklachten tegen 20ste eeuwse politieke wantoestanden in gedichten perste. Mijn derde probleem is dat muziek en tekst afzonderlijk zijn opgenomen, wat een zekere kunstmatigheid oplevert. Toegegeven, hij spreekt de teksten van Genet op slechts twee nummers in, maar die duren samen een half uur. De muziek zelf is helemaal niet slecht, en de nummers die enkel muziek brengen, zijn een verademing, hoewel ook daar de dreiging uit de teksten hoorbaar is, maar dan vol variatie, met de gevoelige clarinet en de dissonante maar rake piano ertussenin. Ik heb zo nog CD's opnieuw opgenomen, na de nummers met poëzie eruit gefilterd te hebben. Knap, moedig en jammer.


For the English version, click HERE

Sonic Openings Under Pressure - Muhheankuntuk (Clean Feed, 2007) ****

Ik was niet echt onder de indruk van de vorige twee albums van Patrick Brennan, "The Drum Is Honor Enough" en "Rapt Circle". Maar dit is andere koek. Naast Brennan zelf is enkel bassist Hillard Green overgebleven van de vorige bezettingen. Drummer David Pleasant is er nu bijgekomen. De iets kleinere bezetting zorgt ook voor andere muziek, een stuk opener, wat de muzikanten de kans biedt om een gevoelig en creatief geheel te weven. Je krijgt het gevoel dat alles kan op dit album, en dat is ook zo. In het algemeen is de muziek zoekend, soms aarzelend, soms zelfs verlegen, zacht maar intens samenspel creërend, met als enige uitzondering het middenste nummer "Hardships", een uptempo hoge energie grote woede uitstralende vocale rap gesproken woord song. Al de andere stukken gaan uit van vrije vormgeving rond afgesproken thema's en structuur, gespeeld met een muzikale delicaatheid en nauwkeurige elegantie die nogmaals aantonen dat freejazz zoveel meer is dan lawaaierige toeterwedstrijden, en, in alle eerlijkheid, ook een stuk subtieler en emotioneel authentieker dan het gros van de mainstream jazz. De thema's in de stukken komen en verdwijnen weer, naargelang de stemming van het moment, zoals golven in een rivier. En dat is ook waar de titel naar verwijst, namelijk "de rivier die in twee richtingen vloeit" in de oorspronkelijke lokale taal, verwijzend naar de typische getijdenstroom van de Hudson. Op "Flash Of The Spirit", switcht Pleasant naar harmonica, wat voor een nooit geziene combinatie zorgt, maar het werkt, en zelfs zeer goed. In "The Terrible" spreekt de sax van Brennan in korte stoten, bijna woorden en zinnen voortbrengend, en dit op een sterk ritmische en variërende basis gelegd door Pleasant en Green. Het laatste nummer is het hoogtepunt van de CD, startend met een licht funky ritme, dat overgaat naar free bop in een iets hogere versnelling, en het leuke is dat ondanks het toenemende power spel van de ritmesectie, Brennan cool en beheerst blijft spelen, tot na een machtig drumsolo, als bij hem ook alle remmen worden losgegooid, maar niet lang en het geheel stuikt in elkaar, klaar voor één laatste ademstoot. Open en intense muziek gebracht door drie schitterende muzikanten. Aan deze CD is echt veel plezier te beleven.

For the English version, click HERE

Thursday, August 16, 2007

Rob Wagner Trio (Valid Records, 2007) ****


Sorry als ik weer wat te enthousiast overkom voor een nieuwe CD, maar de door mij niet gekende saxofonist Rob Wagner is werkelijk de moeite om te horen, te meer daar hij hier wordt begeleid door Hamid Drake op drums. De bas is in handen van Nobu Ozaki. Wagner en Ozaki zijn beiden van New Orleans, waar de CD is opgenomen, in de nadagen van de vernietiging door orkaan Katrina, waar verschillende van de nummers ook naar verwijzen, maar dan eerder als aanklacht tegen de lamentabele administratie en de onwil van de politiek om de koe bij de horens te vatten. De muziek dan, en opnieuw : alleen om Hamid Drake te horen drummen is deze CD al de moeite waard. Zijn spel is gevarieerd, flitsend, accuraat, perfect volgend, creatief, gevoelig, ... een meester in hart en nieren. Ozaki is eigenlijk drummer van opleiding, maar is naar bas overgeschakeld om betaald werk als muzikant te kunnen krijgen in New Orleans, en hij is prima, melodieus en ritmisch zoals het hoort, met een gevoel en inzicht die hem boven de middelmaat doen uitstijgen. Maar Wagner is de absolute ontdekking. Van bij de eerste noten van het eerste nummer "Desoparia", met Wagner op sopraan, hoor je al dat dit prima muziek wordt : midden-oosterse en klezmer-inflecties in zijn spel, dat gevarieerd en warm van toon is, en met zeer gedreven en hecht samenspel van het trio. Deze muziek swingt, heeft visie, heeft emoties, heeft structuur, zijn solo's hebben richting en focus. Het tweede nummer is trager en gevoelig, op het derde haalt Drake zijn handtrommel boven, en daar weeft Wagner een hypnotische melodie boven, opnieuw met wat oosterse toonaarden. Na deze twee ingetogen stukken, komt de vrije improvisatie wat meer naar voor, meer uptempo, met de volle kracht van de tenor er tegenaan, intens, maar zonder te vervallen in nodeloos geschreeuw. "Childhood Memory" brengt een kinderliedje dat wat updating krijgt, en als basis dient voor een lange improvisatie. De CD eindigt met opnieuw een nummer met Drake of frame drum, en tot slot een song met vaste melodische structuur.

Luister naar :
Desoparia
Shock, Awe, Sham, Shame
Freedumb (Aren't You Glad You Can Vote In America)

For the English version, click HERE

Twee recensies : Daniel Carter & Federico Ughi - Mountain Path + Daniel Carter & Matt Lavelle Live

Het leuke van muziek is dat eenmaal je één of meerdere instrumenten technisch voldoende beheerst, het bijna is of je een andere taal machtig bent die je in staat stelt om gevoelens uit te drukken, en ook om zelfs gesprekken te hebben met anderen die dezelfde taal begrijpen. En dat laatste is wat zo ongeveer gebeurt op twee nieuwe CD's van Daniel Carter.

Daniel Carter & Federico Ughi - Mountain Path (577 Records, 2007) ****

In het eerste album, "Mountain Path", verandert Carter ongeveer per nummer van instrument, in deze volgorde : piano, fluit, trompet, tenor sax, clarinet, alto sax. Federico Ughi beperkt zich tot drums, en hoe! Dit is het eerste album dat beiden samen maken sinds "Astonishment" zes jaar geleden verscheen. De muziek is volledig geïmproviseerd, open en melodieus, en beide muzikanten interageren op een zeer subtiele, direct en zachte manier. En hoewel de muziek varieert van rustig en ingetogen tot hoog energetisch, is de algemene toon er één van creatieve spirititualiteit. Het feit dat deze improvisaties door slechts twee muzikanten wordt gebracht, maakt het geheel enkel toegankelijker. Ze zouden in elk geval niet nog eens zes jaar mogen wachten tot hun volgende CD. Prima stuk muziek.

Luister naar Folkwaves




Daniel Carter & Matt Lavelle - Live At Tower Records (Atnimara Records, 2007) ****


Dezelfde conversationele aanpak is zelfs meer aanwezig op deze CD omdat beiden muzikanten elkaar met melodische instrumenten toespreken. Matt Lavelle speelt trompet en basclarinet, zoals gewoonlijk, maar hier speelt hij ook piano, pocket trumpet en bugel. Matt Lavelle beschrijft de methode van Daniel Carter als "geen leider en totale vrijheid", en hoewel dat in vele gevallen het beste recept is voor absolute chaos, leidt die op deze CD tot de creatie van zeer intense en intimistische momenten, elegant en creatief, in de typisch stijl van Carters andere albums, met diepgang en gevoel. Ook een sterke CD!

Luister naar sound samples

Beide CD's kunnen worden beluisterd en gedownload via PayPlay.

For the English version, click HERE

Tuesday, August 14, 2007

Andrzej Przybielski/Marcin Oles/Brat Oles - Abstract (Not Two, 2005) ****


Altijd op zoek naar nieuwe trompet trio's, heb ik deze knappe CD op de kop kunnen tikken, met Andrzej Przybielski op trompet, Marcin Oles op bas en Bartlomiej Oles op drums. En dit is muziek zoals ik ze graag hoor : sober, creatief, muzikaal, abstract (!) zonder de melodie te verliezen, improvisatie maar wel gestructureerd. Over de broertjes Oles kan ik niet genoeg goeds zeggen, en dat heb ik bij vorige gelegenheden al gedaan, maar Przybielski mag er ook wezen. Hij houdt zijn tonen kort, krachtig, afgemeten en ritmisch, met een klank alsof hij in de kamer speelt, bijna het omgekeerde van wat zijn landgenoot Tomasz Stanko met het instrument doet. De meeste nummers beginnen met enkele instructies van de trompettist in het Pools, die ik jammer genoeg niet begrijp, maar volgens de broers Oles is dit een onderdeel van zijn methode : zo ruw mogelijk creëren, zonder voorbereiding of duidelijke afspraken, maar enkele rake instructies bij het begin zetten de muziek op gang. Niet veel zeveren, spelen maar. Daarom is bij de opname het aantal micro's ook beperkt tot drie : één voor elk instrument (Jack DeJohnette zou het moeten horen : hij gebruikt er vijf maal zoveel voor zijn drums alleen!). De opname heeft daardoor een zeer direct, intimistisch effect, die perfect aansluit bij de composities, die veel ruimte laten, maar ook warmte en spankracht, inclusief een korte ode aan Don Cherry op het nummer "Cherry", daarin bouwend op Ornette Colemans "Focus On Sanity". En de manier waarop de broers Oles de soms onvoorspelbare Przybielski aanvullen, zowel ritmisch, melodisch als qua toon is bewonderenswaardig. Mooi. De moeite waard.

Luister naar Ballada

For the English version, click HERE

Mike Pride - Scrambler (Not Two, 2006) ****


Het duurt ongeveer vijf minuten in het eerste nummer voor de drums van Mike Pride een expliciet ritme beginnen te spelen, maar in de tussentijd heeft de band, met Tony Malaby op sax, William Parker op bas en Charlie Looker op gitaar, een sound gecreëerd die zowel vreemd als boeiend is, en worden we er meteen op gewezen dat dit een CD van een drummer is, en inderdaad, Mike Pride is met een breedslaande intensiteit meer dan prominent aanwezig op het voorplan, samen met Malaby's krachtige sax. Het album verschuift een klein beetje op het tweede nummer, als Malaby de teugels iets sterker in handen neemt, en de rest van de band perfect volgt, opnieuw een absolute intensiteit bouwend door krachtig de hoogste tonen van zijn sax op te zoeken, met terecht applaus van het publiek. Mike Pride is een jonge Amerikaanse drummer, die energiek en creatief speelt, en die ondanks zijn jeugdige leeftijd al met gevestigde waarden als Anthony Braxton heeft gespeeld. Charlie Looker is ook een leerling van Braxton en is eveneens actief in avant, jazz en rock/punk bands. Hoewel Parker en Looker uitstekende muzikanten zijn, worden ze op dit album toch meer in een ondersteunende rol gedwongen, en voorzien ze de muziek van de nodige ruggegraat en eenheid, accenten gevend waar nodig. Maar Pride en Malaby zijn absoluut wild op deze CD, vaak totaal ongeremd, spelend alsof hun leven ervan af hing. Het is slechts na ongeveer een half uur, in voorbereiding van het slot van het tweede nummer, dat mede onder invloed van Parker, melodie en zelfs enige tederheid uit het geweld te voorschijn komen, als een logische brug naar het derde nummer, dat opeenvolgend door Looker en Parker wordt opgebouwd als een zacht, abstract nummer. Malaby pikt in met trage, bijna microtonale frasering, terwijl Pride ondertussen voor twee op zijn drums aan het meppen is, de band en vooral de sax opjagend naar de hoogste versnelling en ruwe expressieve kracht, wat wel in contrast staat met de titel "A Prayer For Peace". De CD eindigt met een nummer van opnieuw ongeveer een half uur dat opnieuw traag begint en evolueert naar een bizar cacofonische bop, eerst aarzelend, dan vaart krijgt en ontploft, maar het langste stuk is eerder introspectief, en de muzikanten cirkelen om elkaar heen, nieuwe tonen creërend, in duo of trio, zonder dat de eerder opgebouwde intensiteit verloren gaat. Kortom, deze band combineert het wild enthousiasme van twee jonge muzikanten, ongeduldig om hun vakmanschap en ideeën te tonen, met de rijpe muzikale kracht van twee muzikanten van wereldniveau. Energie en inventiviteit, ideeën en emoties, kracht en subtiliteit, intensiteit en samenspel, je vindt ze allemaal op dit album, en met karrevrachten.

Listen to A Cry For Unity

For the English version, click HERE

Monday, August 13, 2007

Louie Belogenis/Charles Downs/Joe Morris - The Flow (Ayler, 2007) ***

Hoewel de opnamen van dit sax trio dateren van 2004, zijn ze nu pas bij Ayler Records uitgebracht (waar ze kunnen worden gedownload). Het is een live-optreden van drie kwartier, bestaande uit één lange improvisatie, en nog een kort stukje van 2 minuten eraan toegevoegd. Belogenis is een saxofonist in de traditie van de latere Coltrane, zeer expansief, met duidelijke spirituele aspiraties, bij momenten zeer melodieus, soms zeer intens overblazend, maar met ideeën. De prima ritmesectie van Morris en Downs ondersteunt het geheel, vaak sterk ritmisch, een hecht geheel vormend hoewel dit niet de normale begeleiders zijn van Belogenis, die vooral samenspeelt en CD's heeft uitgebracht met drummer Rashied Ali, met saxofonisten Daniel Carter of Tony Malaby, of nog in het Exuberance kwartet met Roy Campbell (ook bij Ayler te krijgen en een aanrader). Het is in elk geval leuk om hem nu ook eens in de leidende rol te horen. Een knap optreden, met veel variatie en leuk voor wie houdt van lange verhalen.


For the English version, click HERE

Friday, August 10, 2007

Joe McPhee, Peter Brötzmann, Kent Kessler, Michael Zerang - Guts (Okka Disk, 2007) ***½

Op 6 november 2006 pleegde geluidstechnicus Malachi Ritscher zelfmoord door zichzelf in Chicago op straat in brand te steken, uit protest tegen de oorlog in Irak en tegen "the mayhem and turmoil caused by my country". Deze CD is aan hem opgedragen door vier muzikanten die hem goed kenden. De muziek zelf was een jaar eerder nog door hemzelf opgenomen. Na een intro van Zerangs drums, breken de poorten van de hel open, als Brötzmann en McPhee samen hun longen eruit blazen, met Kesslers bas die een stevige dreun in de achtergrond blijft geven, en niet echt verrassend, maar Brötzmanns klank is verschrikkelijk hard, maar als drums en bas plots stoppen, ergens in het midden van het eerste nummer, valt hij stil in een rustige improvisatie en McPhee vult hem dan aan en beiden spelen trage, langgerekte klagende tonen, en ze vinden elkaar perfect, zacht en mooi spelend, elkaar echoënd, of tesamen of in contrapunt, om dan plots een bluesy rif te starten, als signaal voor de ritmesectie om de motor terug in hoogste versnelling te gooien.

Het tweede stuk begint met klankverkenningen door Kesslers arco bas, met fijne dunne abrupte klankdraden van de blazers, die evolueren naar lange huilende monotone lijnen, die de spanning opbouwen, en Zerang blijft subtiel tikkend de kracht opdrijven, tot de muziek openbarst door zaktrompet en tarogato die door elkaar schreeuwen, om pas na ongeveer 15 minuten tot rust te komen voor een traag duo van beide blazers, McPhee bluesy en melodieus, Brötzmann als een razende dissonant tekeer gaand. Dit wordt gevolgd door een ritmisch duo van bas en drums, voldoende tijd voor de blazers om van instrument te veranderen en het gevecht tussen tenor en alto aan te gaan, die toch ergens vrede vinden, en naar het eind toe zelfs mooi samenspelen, unisono en berustend. En zoals gewoonlijk, roept hun muziek een breed gamma aan gevoelens op, van woede, frustratie, razernij, verrassing zelfs, maar ook droefnis en respect, en dat alles in een heel diepe en directe manier. Als de muzikanten hadden gezegd dat ze deze muziek na Ritschers dood hadden opgenomen met hem in gedachten, dan was dat geloofwaardig overgekomen. Maar ook nu, is dit in elk geval een waardig eerbetoon voor de man.

For the English version, click HERE