Thursday, August 30, 2007

Michael Marcus - The Magic Door (Not Two, 2007) ***

De eerste CD met Michael Marcus die ik hoorde was "Ithem" een sax trio met William Parker en Dennis Charles, en ik was meteen verkocht aan deze schitterende muzikant. Hij heeft een sterk gevoel voor melodie en toon in zijn improvisaties, net zoals hij swingt in zijn composities, met een groot respect voor de traditie die hij in een open, moderne vorm recreëert. Of hij nu met jaki Byard speelt of met de Cosmosamatics of in andere groepen, zijn kerneigenschappen blijven overal herkenbaar, en zo ook op deze CD. Hier houdt hij het bij clarinet, geassisteerd door Jay Rosen op drums enFrançois Grillot op bass op de meeste nummers. Daniel Levin speelt cello op drie nummers, en Rahsaan Carter en Eric Revis spelen elk bas op één nummer en Newton Taylor Baker speelt drums op één nummer (volgt u nog?). Wie belangstelling heeft voor melodische freejazz met een groot gevoel voor swing moet deze CD zeker eens beluisteren.

Luister naar :
The Magic Door


For the English version, click HERE

Blaise Siwula - New York Moments (Konnex, 2006) ****

Volledige improvisatie is niet alleen een zeldzame gebeurtenis, het is ook een zeer risicovolle onderneming en als gevolg daarvan zelden succesvol. Maar als het succesvol is, dan mag het ook worden gehoord. En dit is zeker het geval met deze CD van alto saxofonist Blaise Siwula, die het vervolg is van het eveneens bij Konnex uitgegeven "Brooklyn Moments". Nobu Stowe op piano en Ray Sage op drums zijn opnieuw van de partij, voor dit album aangevuld met Dom Minasi op gitaar. Net zoals op het vorige album slaagt dit kwartet erin om een zeer coherent geluid te brengen, zeer intens, met interessante excursies in hun samenspel. En de vier muzikanten hebben ook een zeer specifieke rol : Ray Sage is een heftig drummer, die weinig expliciete ritmes speelt, maar toch een sterke regelmaat in de ondersteuning geeft, Nobu Stowe biedt de melodische ruggengraat, Siwula zelf soloot erop los, zeer creatief, maar altijd beheerst, en Dom Minasi werkt als een klankbord voor Siwula, korte droge noten spelend, soms akkoorden. De vier instrumenten spelen bijna altijd permanent samen, alsof ze alle vier tegelijk soleren, zonder daarom in chaos te vervallen, maar met Stowe die als een soort centraal ankerpunt fungeert. Met uitzondering uiteraard van de twee trio-nummers van het album. Het leuke van de muziek is dat ze dermate open is, dat werkelijk alles kan gebeuren op elk moment, en bij intense beluistering een eigen logica en schoonheid oproept. Dit is het soort muziek waar woorden nog meer dan anders tekort schieten om de muziek te kunnen vatten. Een sterke aanrader voor wie open oren heeft.

For the English version, click HERE

Sunday, August 26, 2007

John Surman - The Spaces In Between (ECM, 2007) ****


John Surman is er altijd in geslaagd om een perfect evenwicht te vinden om zijn muziek toegankelijk en emotioneel te houden zonder in de ravijn van goedkope sentimentaliteit te vallen. De toon van zijn sax is uit de duizenden te herkennen, of het nu in een gewoon jazz kwartet is, of in een meer vrije omgeving zoals met Jack DeJohnette, of met electronische ondersteuning, of met een klassiek string kwartet zoals hier. Op dit album speelt ook Chris Laurence mee, zowel jazz als klassiek, waardoor het geheel iets gebalanceerder is. Zoals de titel al suggereert, is de muziek zeer open, een vredevol maar intense geluidsomgeving creërend. Ik ben geen echte fan van jazz waar ook strings in voorkomen, want ofwel is het té melig, ofwel pretentieus, in de zin van "zie eens hoe belangrijk ik nu wel ben geworden". Gelukkig is er niets van dit alles op dit album, de strijkers spelen immers een vooraanstande rol in de muziek, bouwen die mee op, of bepalen die zelfs volledig zoals op het titelnummer dat enkel bestaat uit solo viool, en één van de hoogtepunten van de CD is. De muziek varieert tussen jazz, modern klassiek, barok en romantiek. Er zijn duidelijke verwijzingen naar Bach ("Wayfarers All") als naar Ravel ("Mimosa"), maar toch blijven de composities ook typisch Surman, en zo doet de finale van het tweede nummer heel erg denken aan zijn "Edges Of Illusion" uit de vroege jaren 80. Op "Mimosa" is de muziek ook Arabisch geïnspireerd, zowel in melodie als in de accentuering van het thema door de violen. Ook de "moods" variëren doorheen het album, van melancholisch ("Winter Wish"), over speels ("Now See!") tot somber ("Leaving The Harrow"). Een prima album, met uitstekend solowerk van Surman, of het nu op bariton is, sopraansax of basclarinet. Zijn techniek, de opbouw van zijn solo's, de variatie in zijn spel en de helderheid van zijn toon zijn verbluffend. Surman heeft altijd gezocht naar zijn eigen romantische esthetiek, en die vindt hij hier, voor een groot deel dankzij de strijkers. Dit is geen jazz in de traditionele betekenis, maar het is schitterende muziek.

For the English version, click HERE

Friday, August 24, 2007

Raymond MacDonald & Günter Sommers - Delphinius & Lyra (Clean Feed, 2007) ****


Raymond MacDonald is een jonge Schotse saxofonist, Günter "Baby" Sommer een Zwitserse drummer die de Europese free jazz mee gestalte gaf. Op dit album gaan ze in dialoog, en hoe! De CD begint met een fikse mep van Sommer op één van zijn cymbalen, en het feest begint : vrije improvisatie van begin tot eind, met een niet aflatende intensiteit, ook in de kalmere stukken. De titel verwijst naar twee kleinere sterrenbeelden in het zuidelijk halfrond, Delphinius (de dolfijnen) en Lyra (de harp), wat zou kunnen verwijzen naar Coltrane-achtige "Interstellar Space" spiritualiteit, ook een album van sax en drums, terwijl de titels van de nummers een totaal andere, meer prozaïsche richting uitgaan met namen als "GIO and the Dresden Free Team", "Socialistic Hip Shit", "Peter's Red Shoes". Vreemd, maar het doet er niet toe. De muziek is schitterend, gevarieerd, diep-emotief, soms hard, schreiend, roepend, kwakend, maar nooit wild, nooit gratuit, want de twee muzikanten bouwen een interessante en soms verrassende muzikale wereld op, zoals in "I'm OK", waarin MacDonald op zijn alto klaaglijk alleen aan het janken is als een gewonde hond langs de weg, terwijl Sommer plots vrolijk mondharmonica-spelend voorbij komt wandelen. Hier en daar speelt Sommer ook mondharp, zingt/roept MacDonald alsof hij eerst feestviert en dan slaag krijgt van een politiekorps (de beelden die worden opgeroepen zijn redelijk bizar, en hangen misschien meer van de waanzin van uw dienaar af). Maar het meest plezier valt te beleven met "Socialist Hip Shit", dat op een repetitief bijna tribaal ritme een indringend sax-solo aflevert, gevolgd door vreugdevol vrij gezang, en eindigend in een zo mogelijk nog prachtiger solo van de sax. Ondanks de beperkte bezetting en de vrijheid van samenspel is hier geen saai moment te bespeuren, integendeel, de interactie grijpt de aandacht van bij het begin en laat niet meer los : verrassing, intensiteit, schoonheid, creatieve botsingen gekoppeld aan technisch meesterschap. Als je houdt van free jazz, zal deze je zeker bekoren.


Luister naar
GIO and the Dresden Free Team
Socialist Hip Shit
Parked on the Positive Side of Remembrance

Te downloaden via emusic.com.

For the English version, click HERE

Wednesday, August 22, 2007

Declared Enemy - Salute To 1000001 Stars (RogueArt, 2007) ***


Wel, wat moet ik hiervan zeggen? Weer knap en moedig van het Franse RogueArt label dat ze dit soort avonturen durven uitgeven. Een Amerikaanse bezetting bestaande uit Matthew Shipp op piano, Sabir Mateen op clarinet en alto sax, William Parker op bas en Gerald Cleaver op drums, dus kortom, zowat het beste van wat er op freejazz vlak over de plas te vinden is, maar in het gezelschap van Fransman Denis Lavant, die in het Frans teksten van Jean Genet declameert. Mijn eerste probleem hiermee is de meer algemene bedenking dat de combinatie van gesproken poëzie en muziek volgens mij altijd vloekt, en wel omdat de eerste opdracht van poëzie is om muzikaliteit in taal te leggen. En die komt pas tot zijn recht als die niet in competitie is met echte muziek. Ik ken geen succesvol voorbeeld. Integendeel, vaak zijn het toonbeelden van pretentie. Mijn tweede probleem is specifiek : de declamatie van Denis Lavant is echt lelijk : van een ongevarieerde pathetiek en 19e eeuwse romantiek, die je eerder zou verwachten voor teksten van Verlaine of Rimbaurd maar niet bij Genet, die eerder aanklachten tegen 20ste eeuwse politieke wantoestanden in gedichten perste. Mijn derde probleem is dat muziek en tekst afzonderlijk zijn opgenomen, wat een zekere kunstmatigheid oplevert. Toegegeven, hij spreekt de teksten van Genet op slechts twee nummers in, maar die duren samen een half uur. De muziek zelf is helemaal niet slecht, en de nummers die enkel muziek brengen, zijn een verademing, hoewel ook daar de dreiging uit de teksten hoorbaar is, maar dan vol variatie, met de gevoelige clarinet en de dissonante maar rake piano ertussenin. Ik heb zo nog CD's opnieuw opgenomen, na de nummers met poëzie eruit gefilterd te hebben. Knap, moedig en jammer.


For the English version, click HERE

Sonic Openings Under Pressure - Muhheankuntuk (Clean Feed, 2007) ****

Ik was niet echt onder de indruk van de vorige twee albums van Patrick Brennan, "The Drum Is Honor Enough" en "Rapt Circle". Maar dit is andere koek. Naast Brennan zelf is enkel bassist Hillard Green overgebleven van de vorige bezettingen. Drummer David Pleasant is er nu bijgekomen. De iets kleinere bezetting zorgt ook voor andere muziek, een stuk opener, wat de muzikanten de kans biedt om een gevoelig en creatief geheel te weven. Je krijgt het gevoel dat alles kan op dit album, en dat is ook zo. In het algemeen is de muziek zoekend, soms aarzelend, soms zelfs verlegen, zacht maar intens samenspel creërend, met als enige uitzondering het middenste nummer "Hardships", een uptempo hoge energie grote woede uitstralende vocale rap gesproken woord song. Al de andere stukken gaan uit van vrije vormgeving rond afgesproken thema's en structuur, gespeeld met een muzikale delicaatheid en nauwkeurige elegantie die nogmaals aantonen dat freejazz zoveel meer is dan lawaaierige toeterwedstrijden, en, in alle eerlijkheid, ook een stuk subtieler en emotioneel authentieker dan het gros van de mainstream jazz. De thema's in de stukken komen en verdwijnen weer, naargelang de stemming van het moment, zoals golven in een rivier. En dat is ook waar de titel naar verwijst, namelijk "de rivier die in twee richtingen vloeit" in de oorspronkelijke lokale taal, verwijzend naar de typische getijdenstroom van de Hudson. Op "Flash Of The Spirit", switcht Pleasant naar harmonica, wat voor een nooit geziene combinatie zorgt, maar het werkt, en zelfs zeer goed. In "The Terrible" spreekt de sax van Brennan in korte stoten, bijna woorden en zinnen voortbrengend, en dit op een sterk ritmische en variërende basis gelegd door Pleasant en Green. Het laatste nummer is het hoogtepunt van de CD, startend met een licht funky ritme, dat overgaat naar free bop in een iets hogere versnelling, en het leuke is dat ondanks het toenemende power spel van de ritmesectie, Brennan cool en beheerst blijft spelen, tot na een machtig drumsolo, als bij hem ook alle remmen worden losgegooid, maar niet lang en het geheel stuikt in elkaar, klaar voor één laatste ademstoot. Open en intense muziek gebracht door drie schitterende muzikanten. Aan deze CD is echt veel plezier te beleven.

For the English version, click HERE

Friday, August 17, 2007

Muziek voor depressieve buien

Rufus Cappadocia - Songs For Cello (Cappadociasongs Bmi; 2007) ****


Frank London - Invocations (Tzadik, 2000) ****



Depressief? Melancholische bui? Zin in eenzame emotionaliteit? Dan kan ik deze CD's ten zeerste aanbevelen. Wat trompettist Frank London enkele jaren geleden al deed op het Tzadik label, doet cellist Rufus Cappadocia nu op zijn eigen label : een immens treurig stukje muziek brengen, en dat een ganse CD lang, zonder enige emotionele wijziging, zonder enig moment van speelsheid en vreugde, zonder enig teken van hoop, zonder enig licht .... enkel treurnis, droefnis, gejammer, geweeklaag, machteloosheid, ingetogen somberheid, ... Het paradoxale is wel dat de muziek qua uitdrukkingskracht uitzonderlijk hoog is, uiteraard mede geholpen door de bewust volgehouden eentonigheid. De kracht ligt dus niet in de muziek zelf, zoals harmonische opbouw, ritmeveranderingen en zo, want die zijn hier dun gezaaid, wel om de melodische kracht en de expressieve kracht van het instrument. Hoewel Frank London niet solo speelt - er is meestal ook een even monotoon harmonium, of een bas te horen - gaat het in beide albums in wezen toch om één muzikant die eenzaam in het universum staat, alleen in de grote kilte, klein en onbetekenend, een nietige korrel stof tegenover het oneindige, uiteraard met spirituele en religieuze ondertoon. Beide muzikanten lenen ook ideeën uit het brede culturele arsenaal aan genres uit de wereld, joodse cantoriaanse zang bij London, maar ook de blues, de jazz, ottomaanse, midden-oosterse muziek, en beiden slagen er ook in om hun instrument maximaal te benutten : bij London langgerekte verschuivende tonen, bij Cappadocia snerpende dubbele tonen. Werkelijk knap, melodisch en expressief. Maar hou de zakdoek maar bij de hand.

Luister naar :
Frank London :
T'Kias Sofar
Ezkeroh Elokim
Tzaddik Rabbi Elozar

Rufus Cappadocia :
Prayer
Lament
Element

For the English version, click HERE

Thursday, August 16, 2007

Rob Wagner Trio (Valid Records, 2007) ****


Sorry als ik weer wat te enthousiast overkom voor een nieuwe CD, maar de door mij niet gekende saxofonist Rob Wagner is werkelijk de moeite om te horen, te meer daar hij hier wordt begeleid door Hamid Drake op drums. De bas is in handen van Nobu Ozaki. Wagner en Ozaki zijn beiden van New Orleans, waar de CD is opgenomen, in de nadagen van de vernietiging door orkaan Katrina, waar verschillende van de nummers ook naar verwijzen, maar dan eerder als aanklacht tegen de lamentabele administratie en de onwil van de politiek om de koe bij de horens te vatten. De muziek dan, en opnieuw : alleen om Hamid Drake te horen drummen is deze CD al de moeite waard. Zijn spel is gevarieerd, flitsend, accuraat, perfect volgend, creatief, gevoelig, ... een meester in hart en nieren. Ozaki is eigenlijk drummer van opleiding, maar is naar bas overgeschakeld om betaald werk als muzikant te kunnen krijgen in New Orleans, en hij is prima, melodieus en ritmisch zoals het hoort, met een gevoel en inzicht die hem boven de middelmaat doen uitstijgen. Maar Wagner is de absolute ontdekking. Van bij de eerste noten van het eerste nummer "Desoparia", met Wagner op sopraan, hoor je al dat dit prima muziek wordt : midden-oosterse en klezmer-inflecties in zijn spel, dat gevarieerd en warm van toon is, en met zeer gedreven en hecht samenspel van het trio. Deze muziek swingt, heeft visie, heeft emoties, heeft structuur, zijn solo's hebben richting en focus. Het tweede nummer is trager en gevoelig, op het derde haalt Drake zijn handtrommel boven, en daar weeft Wagner een hypnotische melodie boven, opnieuw met wat oosterse toonaarden. Na deze twee ingetogen stukken, komt de vrije improvisatie wat meer naar voor, meer uptempo, met de volle kracht van de tenor er tegenaan, intens, maar zonder te vervallen in nodeloos geschreeuw. "Childhood Memory" brengt een kinderliedje dat wat updating krijgt, en als basis dient voor een lange improvisatie. De CD eindigt met opnieuw een nummer met Drake of frame drum, en tot slot een song met vaste melodische structuur.

Luister naar :
Desoparia
Shock, Awe, Sham, Shame
Freedumb (Aren't You Glad You Can Vote In America)

For the English version, click HERE

Twee recensies : Daniel Carter & Federico Ughi - Mountain Path + Daniel Carter & Matt Lavelle Live

Het leuke van muziek is dat eenmaal je één of meerdere instrumenten technisch voldoende beheerst, het bijna is of je een andere taal machtig bent die je in staat stelt om gevoelens uit te drukken, en ook om zelfs gesprekken te hebben met anderen die dezelfde taal begrijpen. En dat laatste is wat zo ongeveer gebeurt op twee nieuwe CD's van Daniel Carter.

Daniel Carter & Federico Ughi - Mountain Path (577 Records, 2007) ****

In het eerste album, "Mountain Path", verandert Carter ongeveer per nummer van instrument, in deze volgorde : piano, fluit, trompet, tenor sax, clarinet, alto sax. Federico Ughi beperkt zich tot drums, en hoe! Dit is het eerste album dat beiden samen maken sinds "Astonishment" zes jaar geleden verscheen. De muziek is volledig geïmproviseerd, open en melodieus, en beide muzikanten interageren op een zeer subtiele, direct en zachte manier. En hoewel de muziek varieert van rustig en ingetogen tot hoog energetisch, is de algemene toon er één van creatieve spirititualiteit. Het feit dat deze improvisaties door slechts twee muzikanten wordt gebracht, maakt het geheel enkel toegankelijker. Ze zouden in elk geval niet nog eens zes jaar mogen wachten tot hun volgende CD. Prima stuk muziek.

Luister naar Folkwaves




Daniel Carter & Matt Lavelle - Live At Tower Records (Atnimara Records, 2007) ****


Dezelfde conversationele aanpak is zelfs meer aanwezig op deze CD omdat beiden muzikanten elkaar met melodische instrumenten toespreken. Matt Lavelle speelt trompet en basclarinet, zoals gewoonlijk, maar hier speelt hij ook piano, pocket trumpet en bugel. Matt Lavelle beschrijft de methode van Daniel Carter als "geen leider en totale vrijheid", en hoewel dat in vele gevallen het beste recept is voor absolute chaos, leidt die op deze CD tot de creatie van zeer intense en intimistische momenten, elegant en creatief, in de typisch stijl van Carters andere albums, met diepgang en gevoel. Ook een sterke CD!

Luister naar sound samples

Beide CD's kunnen worden beluisterd en gedownload via PayPlay.

For the English version, click HERE

Tuesday, August 14, 2007

Andrzej Przybielski/Marcin Oles/Brat Oles - Abstract (Not Two, 2005) ****


Altijd op zoek naar nieuwe trompet trio's, heb ik deze knappe CD op de kop kunnen tikken, met Andrzej Przybielski op trompet, Marcin Oles op bas en Bartlomiej Oles op drums. En dit is muziek zoals ik ze graag hoor : sober, creatief, muzikaal, abstract (!) zonder de melodie te verliezen, improvisatie maar wel gestructureerd. Over de broertjes Oles kan ik niet genoeg goeds zeggen, en dat heb ik bij vorige gelegenheden al gedaan, maar Przybielski mag er ook wezen. Hij houdt zijn tonen kort, krachtig, afgemeten en ritmisch, met een klank alsof hij in de kamer speelt, bijna het omgekeerde van wat zijn landgenoot Tomasz Stanko met het instrument doet. De meeste nummers beginnen met enkele instructies van de trompettist in het Pools, die ik jammer genoeg niet begrijp, maar volgens de broers Oles is dit een onderdeel van zijn methode : zo ruw mogelijk creëren, zonder voorbereiding of duidelijke afspraken, maar enkele rake instructies bij het begin zetten de muziek op gang. Niet veel zeveren, spelen maar. Daarom is bij de opname het aantal micro's ook beperkt tot drie : één voor elk instrument (Jack DeJohnette zou het moeten horen : hij gebruikt er vijf maal zoveel voor zijn drums alleen!). De opname heeft daardoor een zeer direct, intimistisch effect, die perfect aansluit bij de composities, die veel ruimte laten, maar ook warmte en spankracht, inclusief een korte ode aan Don Cherry op het nummer "Cherry", daarin bouwend op Ornette Colemans "Focus On Sanity". En de manier waarop de broers Oles de soms onvoorspelbare Przybielski aanvullen, zowel ritmisch, melodisch als qua toon is bewonderenswaardig. Mooi. De moeite waard.

Luister naar Ballada

For the English version, click HERE