Wednesday, January 31, 2007

François Carrier - Happening (Leo Records, 2007) ****


François Carrier is een fantastisch goede Candadese sopraansaxofonist. Zijn toon is warm, boterig, maar krachtig. Ik was al geraakt door zijn vorige CD's. "Travelling Lights" met Paul Motian en Gary Peacock is het muzikaal equivalent van een aquarel : gevoelig, precies, zacht, maar emotioneel sterk . "Play" is eerder een echt freejazz album met drum en bas, maar ook aanbevolen. Op "Happening", brengt Carrier zijn muziek nog een stap verder, met Mat Maneris viola en Uwe Neumanns sitar, een ongewone combinatie, en met zijn normale andere partners Pierre Côté op bas en Michel Lambert op drums. Deze dubbelaar is één lange collectieve improvisatie, met in het begin een zoekende en soms aarzelende benadering van de muzikanten, maar als het lange eerste nummer evolueert, raken ze ook vaste bodem en een duidelijke klankcoherentie. Dit is inderdaad ongewone muziek. Ze geeft het tegenstrijdig gevoel van een een groep die in je huiskamer speelt, terwijl de muziek de horizons wijd opent en pure eindeloze ruimte tevoorschijn tovert. De muziek heeft de bevrijdende onbegrensdheid van Jan Garbarek, maar zonder een zweem van Noorse kilte, wel integendeel, ze roept een zeer warme, bijna tropische charme tot leven. Een groot avontuur van vrije muziek. Ondanks Carriers uitzonderlijk respect voor zijn bandmaten en de grote soloruimte die hij hen biedt, vooral dan Maneri, is hij toch de ster van dit album. Hij beschikt over de uitzonderlijke kwaliteit om gevoelig en krachtig tegelijk te spelen. Een muzikant om te volgen. Als er dan toch één negatief dingetje moet worden gezegd, dan is het wel de minder goede geluidsmix : de sitar, die het al moeilijk heeft door haar beperkt stemgeluid, klinkt bij momenten zeer ver weg, maar dat mag de pret niet bederven.


For English version, click HERE

Hieronder een promofilmpje.

Tin Hat - The Sad Machinery of Spring (Hannibal/Rykodisc, 2007) ****


Tin Hat (Trio) is een groep die ik wel kan smaken. Noem het kamerjazz, noem het folkjazz, leuk is het wel. Hun kern bestaat uit Mark Orton (gitaar, dobro, banjo, piano, basdrum, bas harmonica) en Carla Kihlstedt (viool, viola, celeste, trompetviool, piano, bas harmonica, vocals). Accordeonist, pianist Rob Burger heeft nu blijkbaar het trio verlaten en is vervangen door Ben Goldberg (clarinet), Ara Anderson (trompet, speelgoedpiano, celeste) en Zeena Parkins (harp) (weg "trio" dus!).
Ik vind hen fantastisch omdat ze zo buiten elk genre staan, toch creatief zijn, een duidelijke muzikale visie hebben en de muzikanten hun instrumenten zo juist beheersen voor het soort muziek dat ze maken. En die muziek is zacht, niet opdringering, vriendelijk met karakter, bij momenten zoet maar met stekels. Om naar te luisteren op een zondagmorgen als het buiten regent. Is het jazz? Natuurlijk wel. Natuurlijk niet. Maar omdat jazz de spons is van alle genres, mogen we dit ook wel jazz noemen.


For English version, click HERE

Trompet Trio's - de lijst

Hier is de lijst van de door mij gekende trompet trio's (trompet, bas, drums).

Don Cherry - Blue Lake
Charlie Haden/Don Cherry/Ed Blackwell - The Montreal Tapes
Roy Campbell - Ancestral Homeland
Roy Campbell - Communion
Roy Campbell - Ethnic Stew & Brew
Tomasz Stanko - Bluish
Paul Smoker Trio - Genuine Fables
Trio East - Stop Start
Trio East - Best Bets
Chicago Underground Trio - Slon
Chicago Underground Trio - Chronicle
Hugh Ragin - Metaphysical Question
Raphe Malik/Cecil McBee/Codaryll Moffett - Storyline
Cuong Vu - Come Play With Me
Kahil El'Zabar/Lester Bowie/Malachi Favors - The Ritual
Tim Hagans - Audible Architectures
Herb Robertson - Falling in Flat Space
Herb Robertson - Sound Implosion
Ian Smith/ Simon Fell / Harris Eisenstadt - K 3
Michael Bisio Trio - Composance
Andrzej Przybielski/Marcin Oles/Brat Oles - Abstract
Dave Ballou - Insistence
Masahiko Togashi - Session In Paris, Vol. 1 (with Don Cherry & Charlie Haden)



Suggesties zijn welkom.


For English version, click HERE

Sunday, January 28, 2007

Exploding Star Orchestra - We Are All From Somewhere Else (Thrill Jockey, 2007) *****


Rob Mazurek is een geval apart. Met zijn Chicago Underground Duo/Trio/Quartet heeft hij enkele knappe CD's gemaakt. Solo heeft hij ook altijd avontuurlijke paden bewandeld met enkele missers ertussen, waaronder zijn concept van onderwatertrompet, dat wel een leuke vondst is, maar niet om een hele CD naar te luisteren. Ook zijn elektronisch Braziliaans experiment met de Sao Paulo Underground van vorig jaar was niet echt mijn ding. Maar nu is er het Exploding Star Orchestra, een mammoet van een album, een dijk van een CD, een kolos van een plaat : gestructureerde chaos, energie te over, intens met zachte stukken tussen, een bezetting om "u" tegen te zeggen, maar met een duidelijke coherente visie qua compositie én uitvoering. De CD bestaat uit drie stukken : Sting Ray and The Beginning Of Time, Black Sun, Cosmic Tomes for Sleep Walking Lovers. De eerste noten van de CD zeggen het al : met een Mission Impossible-achtige dreun wordt de "beginning of time" ingezet, met fluit, vibrafoon en trombone in de hoofdrol, met dan plots een totale ommekeer qua ritme en melodie voor het ganse orkest, maar het tempo blijft hoog en opzwepend. In één van de passages van het eerste stuk wordt onder andere de energie van een twintigtal sidderalen in een bak omgezet in geluid, wat als achtergrond dient voor de vrije improv. Maar laat dat u niet afschrikken : het werkt. Het tweede stuk is een introspectief pianostuk en het derde is vrije groepsimprovisatie, onderbroken met wat repetitief minimalistische ritmes, georchestreerde chaos, hecht samenspel en sterke solo's. Ik heb hier geen naam voor. Deze CD staat ook buiten elk gekend genre. Dit is geen big band, geen freejazz, geen avant-garde, geen experimentele muziek, geen mainstream, geen spirituele muziek, geen filmmuziek, maar toch wel een beetje van dat alles. Niet altijd voor gevoelige oren, maar iedereen zal de muzikale kracht van "We Are All From Somewhere Else" wel moeten erkennen. Een meesterwerk.

Rob Mazurek – Composer, Director Cornet, Electronics
Nicole Mitchell – Flutes, Voice
Jeb Bishop - Trombone
Corey Wilkes - Flugelhorn
Josh Berman - Cornet
Matt Bauder - Bass Clarinet, Tenor Saxophone
Jeff Parker - Guitar
Jim Baker – Piano, ARP Synthesizer, Pianette
Jason Adasiewicz - Vibraphone
John McEntire – Marimba, Tubular Bells, Edits, Recording Engineer
Matt Lux - Electric Bass Guitar
Jason Ajemian - Acoustic Bass
Mike Reed – Drums, Percussion, Saw
John Herndon - Drums


Bestellen of downloaden bij Thrill Jockey : http://www.thrilljockey.com/catalog/index.html?id=100386

For English version, click HERE

Alvin Fielder Trio - A Measure Of Vision (Cleanfeed, 2007) ***


Alvin Fielder is jazz-drummer en apotheker en één van de stichtende leden van de AACM in Chicago, voorwaar een ongewone combinatie. "A Measure Of Vision" wordt verder gedragen door Chris Parker op piano, Dennis Gonzalez op trompet, en de zonen van deze laatste draven op als gastmuzikanten : Stefan op vibrafoon, Aaron op bas. De eerste twee nummers zijn redelijk introspectief en door de bezetting, maar ook door de toon van Gonzalez, doen ze ook denken aan Tomasz Stanko. Dat verandert echter met "Camel" het derde stuk, waar de bas van Aaron de toon verandert en het geheel een stuk expansiever wordt, met prachtige solo's van vader Gonzalez, Chris Parker, Aaron Gonzalez en Alvin Fielder, allen netjes op een rijtje. Muzikaal wil het album het oude met het nieuwe verzoenen, en ook de titels duiden op een dicht-de-generatiekloof : "Your Sons and Daughters Shall Prophesy", "Your Young Men Shall See Visions", "Your Old Men Shall Dream Dreams". Whatever the bullshit, deze heren weten wat muziek maken is : ze citeren uit het standards songbook maar brengen het bij momenten naar een hoog niveau van abstractie, de genres vermengend. Het laatste nummer "The Cecil Taylor - Sunny Murray Dancing Lesson" is een plezier. Fielder is sterk, een economisch drummer die wel zijn accenten heel precies legt. Revelatie op deze CD is echter de door mij niet gekende pianist Chris Parker, die deze CD een stuk boven de middelmaat tilt.



For English version, click HERE

Thursday, January 25, 2007

Drake/Beger/Parker - Evolving Silence Vol. 2 (Earsay 2006) ****


Ondertussen moet het duidelijk zijn dat ik nogal wild ben van Hamid Drake en William Parker als het beste "drum&bass" duo ter wereld. En ook deze Evolving Silence bevestigt dit. Dit is de tweede CD van een reeks opnamens die het duo had in Israel met Albert Beger, een Israëlisch saxofonist/fluitspeler, die niet gekend is, en duidelijk volledig onterecht. Zijn spel is creatief, warm, precies, melodieus, gevoelig, en dit op beide instrumenten. Waarom deze CD in twee delen is uitgegeven is een beetje bizar, want ze vormen duidelijk één geheel, zelfs tot in de titels van de nummers toe. Beide zijn ook relatief kort (42 minuten en 40 minuten) en ze hadden dus bijna op één CD gekund. Ze zijn enkel te bestellen in Israël, maar ik moet zeggen, ik had ze na één week al en zonder enig probleem of bijkomende taksen.
De muziek dan : net wat ik graag heb. Pulserende en complexe ritmes met een zee van vrijheid voor het trio om zijn ding te doen. Je hoort ze genieten van hun eigen samenspel, reagerend, van richting veranderend, terugvallend op het basisthema om dan weer vrij te improviseren. Het eerste nummer is krachtig, furieus soms, maar ook melodieus. Het tweede nummer is een spontane improvisatie van dwarsfluit en bas, met Beger die zingt, roept, hijgt en knort door zijn instrument, maar altijd ritmisch, om te eindigen in een traag en mooi solo. Op "Funky Lacy" neemt Drake het initiatief, en krijgen we zijn typisch sterke slag met tussentikken, roffels, weggelaten slagen, een repetitieve Parker en Beger die er hard tegen aan gaat, funkend als de pest. Halverwege laat Beger de ruimte aan de ritmesectie om hun kunnen uit te stallen, om dan weer in te vallen voor de finale. "Skies of Israel" is een dreigend en traag nummer geleid en beheerst door Parker die een prachtige melodie uit zijn strijkstok tovert. Unisono dan met Beger op sax, om dan als slangen rond elkaar te kronkelen, de melodielijn volgend in zijn mogelijke en onmogelijke variaties. Je hoort de pijn, het verlies, de angst, de wanhoop, ... Het eindigt met de bas die schril gestreken wordt in de hoogste tonen, dwars door je hart gaand, dan weer gevoelig met sax en drums samen. Prachtig! Dit stuk alleen maakt deze CD de aanschaf waard.
Parkers dochter studeert in Israel, wat verklaart waarom hij er naartoe ging en er ook zijn Europese tournee startte vorig jaar.
Beide CD's zijn nu te downloaden via emusic.com.
In een doosje te verkrijgen via : http://labels.third-ear.com/


For English version, click HERE

Tuesday, January 23, 2007

Kahil El'Zabar - The Ritual

Nog een trompet trio (en er komen er nog aan). Dit is de eerste CD van Kahil El'Zabars Ritual Trio, nog niet met die naam. Eigenlijk zijn het twee leden van het Art Ensemble Of Chicago, Lester Bowie (trompet) and Malachi Favors (bas), die samen met El'Zabar één van hun eigen nummers spelen, Magg Zelma (uit Full Force, 1980). Dit is slechts één nummer, maar bijna 42 minuten lang. Dit is muziek met diepe SOUL, gevoelig, plechtstatig, open, echt, respectvol, intens. Niet langer op CD te vinden, wel nu op iTunes.





For English version, click HERE

Sunday, January 21, 2007

Trio X - Roulette At Location One (Cadence, 2006) *****


Een vreugdevol moment. De eerste CD's van 2007 rollen binnen en Roulette At Location One van Trio X maakt nu al aanspraken voor het eindejaarslijstje. Duval leidt de dans op Funny Valentines of War, met een contemplatieve start op bas, na enkele minuten spaarzaam aangevuld door Joe McPhee op sax en Jay Rosen op drums. Na vier minuten zetten Duval en Rosen een stevig ritme in terwijl McPhee My Funny Valentine traag en slepend brengt. Het contrast van de ritmesectie met de sax is groot, maar dan laat McPhee zich meeslepen en wordt het meer "war" dan "funny valentine", om dan weer van stemming te veranderen in een broos en ingetogen samenspel, en licht funkend te eindigen.
Het tweede stuk, Improv of Melodies and Themes brengt een losse aaneenschakeling van gekende thema's, met vooral Lonely Woman als centraal gegeven. Deze compositie van Ornette Coleman met McPhee op sopraan en Duval met strijkstok is nog dreigender en droeviger dan ooit. Dit zijn stukken die het trio al op meerdere andere live albums heeft gebracht en die hen dan ook goed in de vingers zitten, maar ze slagen er toch in om ze vernieuwend te brengen. Hetzelfde niveau, met herkenbare thema's in de andere nummers (Ellington, Monk) blijft aangehouden in de volgende nummers. De afwisseling tussen ingetogen stukken en intense passages, het technisch meesterschap en het telepathisch samenspel van de drie muzikanten is absoluut geweldig. Deze CD houdt alles in wat goede muziek moet zijn. Het beperkt aanwezige publiek is terecht enthousiast. Absolute aanrader.
Te downloaden via iTunes.




For English version, click HERE

Friday, January 19, 2007

Mâäk's Spirit - 5 (De Werf, 2006) **


Mâäk's Spirit is een Belgische jazz band die al vele avant-garde avonturen heeft opgezocht, met wisselend succes. Lives en Le Nom Du Vent waren de beste, hun samenwerking met Marokkaanse muzikanten en zangers op Al Majmaâ was minder gelukkig. Hun vierde CD bracht een combinatie van muziek en gesproken woord, iets waar ik allergisch voor ben, sorry. Op deze CD gooien ze het op een andere boeg : de verhalende stem blijft, maar de elektronica en de postproductie krijgen de bovenhand. Het geheel is uitermate gewelddadige muziek, noise-jazz of violent-jazz als deze termen al bestaan. De CD begint met een big band swing die klinkt of hij rechstreeks van de 78 toeren plaat uit een grammofoon komt. Maar dan neemt het geweld over, al dan niet met poëzie erbovenop, en het stopt niet tot het eind. Het laatste deel van de CD is opgenomen tijdens een live performance in Flagey in Brussel, die ik bijwoonde. Jean-Yves Evrard eindigde het laatste stuk met slechts één snaar op zijn gitaar, zo hard werd er geramd. Vergis je niet, dit zijn alle zes klassemuzikanten, maar de chaos, de elektronische vervorming en het geweld smoren de muzikaliteit die slechts af en toe de kop opsteekt. Misschien dat ik ze nog een tiental keer moet beluisteren om er waardering voor op te brengen. Je moet hen wel nageven dat ze niet bevreesd zijn om nieuwe paden te bewandelen, maar dit is mij net iets te veel.

Wednesday, January 17, 2007

John Appleton & Don Cherry - Human Music (Water 182, 2006) *


Dit bedoelde ik in mijn stukje over Don Cherry. Zijn openheid om nieuwe dingen te zoeken, heeft vaak geleid tot misbruik van zijn naam om iets onpopulairs toch een markt te bieden.

Deze CD heruitgave brengt elektronische muziek van het eerste uur, die meer technologie-gedreven is dan muziek bevat. Ik hoor enkel blips en dips en skrii en piep. Het is onduidelijk waar de inbreng van Appleton eindigt en die van Cherry begint, maar dit is in elk geval geen succes.

Te mijden.