Wednesday, June 27, 2007

Triptych Myth - The Beautiful (Aum Fidelity, 2006) *****

In mijn zoektocht naar muziek die onder het radarscherm van de traditionele muziekrecensenten valt, kan ik met plezier Triptych Myth aanraden, een trio van Cooper-Moore op piano, Tom Abbs op bas en Chad Taylor op drums, een piano trio zoals je er zelden één gehoord hebt. Er zijn wat meer vertrouwde benaderingen tussen zoals het eerste "All Up In It" en het prachtige "Frida K. The Beautiful", maar dan begint de vervreemding. In "Trident" geeft de gestreken bas de lijn aan en geven piano en drums de ritmische ondersteuning, en dat is ook voor de rest van het album de grote kracht : dit is een echt en hecht trio, waar elk instrument op de voorgrond staat. Bas en drums hebben geen ondersteunende rol, maar staan samen met de piano op het creatieve voorplan, ze geven mee de richting aan, nemen initiatief, en eisen de aandacht op, zonder dat het een cacofonie wordt. En dat is de sterkte van dit album, het is vernieuwend, anders, maar toch sterk verankerd in blues, soul en traditionele jazz. "Pooch" is in dat opzicht een mooi voorbeeld : op een zachte basismelodie van de piano, gaat Chad Taylor op drums plots geweldig te keer, volledig in conflict met de piano, aanzettend tot een tempowisseling, maar toch valt het terug op zijn pootjes. Een album om veel te beluisteren.

Te downloaden via http://www.emusic.com/

For the English version, click HERE

Tuesday, June 26, 2007

Create (!) - A Prospect Of Freedom (Sounds Are Active, 2006) ****


Voor je begint te lezen, klik op deze link : Six Dreams Divided.

Dit is voorzichtige, niet opdringerige vrije improvisatie met sterk melodische inslag. De band, bestaande uit Orlando Greenhill (vocals, akoestische bas, percussie); Chris Schlarb, Raymond Raposa (elektrische gitaar, electronica); Lynn Johnston (clarinet, bas clarinet); Kris Tiner (trompet, bugel); Justice Constantine (drums, percussie), brengt een zeer breekbare mix van trage ritmes en aarzelende, aftastende instrumenten, die samen zoeken naar muzikale tekstuur en schoonheid, maar ook naar variatie in impact en effect. Cliché's moet je niet verwachten op deze CD, zowat alles wat je hoort valt in de categorie inventiviteit en creativiteit, ze hebben hun naam niet voor niets gekozen, en met succes, het algemeen effect is meer dan het beluisteren waard. Emotioneel word je heen en weer geslingerd tussen tederheid, melancholie, angst, verwarring, spanning, en zuivere esthetische verbazing, en dat soort effecten is waar het bij muziek om te doen is. Dit is geen muziek die het moet hebben van de kracht van de solo's of van de creatie van een basismelodie, wel van de gezamenlijke improvisatie als band, de verfrissende ritmes en invalshoeken, het creëren van nieuwe uitdrukkingsvormen. Is dit nu jazz? Ja, omdat de bezetting een typische jazz bezetting is, ja, omdat improvisatie en avontuur centraal staan, maar anderzijds staat dit ver van wat je van jazz verwacht. Mogelijke vergelijkingen : Tortoise, Mazurek, H.I.M. Dit is moderne muziek, punt. Schitterend, uitroepteken!

Te downloaden via http://www.emusic.com/

For the English version, click HERE

Monday, June 25, 2007

Mark O'Leary - Twee recensies : Awakening & Waiting

Mark O'Leary - Awakening (Leo Records, 2006) ****


Mark O'Leary is een Iers gitarist met al een hele reeks eigen albums op zijn actief, maar die jammer genoeg redelijk onbekend blijft, en dat is onterecht. Eén van zijn beste vorige albums is Levitation met Tomasz Stanko (trompet) en Billy Hart (drums), de moeite van het zoeken waard, maar zoek niet te ver, want Leo Records heeft al zijn CD's, inclusief hun volledige Braxton catalogus, uitgebracht op http://www.lulu.com/, waar je alles kan downloaden voor de democratische prijs van $ 5.49 per CD, en dan nog wel in "ogg-format". Wat wens je nog meer? De stijl van O'Leary is groots, met een klank die herinnert aan de John Abercrombie van de Homecoming of Getaway LP's, met een toonknop die helemaal dichtgedraaid is en de reverb volledig open, waardoor een zacht, warm maar tevens ruimtelijk gevoel ontstaat. Hoewel de muziek hier sterk verankerd is in de bop, vaak met walking bass en vaste ritmes, is ze tevens zeer open voor nieuwe vormen, met akoestische intermezzi, met rock en freejazz invloeden, maar redelijk toegankelijk alles bij elkaar. "Intiem en vederlicht" zijn misschien de adjectieven die deze muziek het best omschrijven, kwalificaties die zeldzaam zijn in vrije improvisatie, maar vergis je niet, dit is avontuurlijke muziek, vol spanning, en in nummers zoals "Melting" wordt de atmosfeer donker, somber en zenuwachtig, zonder dat de twee vernoemde kwalificaties verdwijnen. O'Leary is een zeer goed gitarist, met een zeer subtiele toets, zowel in de arpeggio's als in de snelle solo's, maar zijn sterkste kracht is de eenheid van klank en muzikale visie die hij creëert. Het vraagt heel wat muzikale en compositorische vaardigheden om met een trio de aandacht vast te houden, maar deze band slaagt hier wonderwel in.

Luister naar sound samples :
Bello Corazon
Last Light

Mark O'Leary - Waiting (Leo Records, 2007) *****


En O'Leary stopt dus niet met sterk materiaal uit te brengen (en opnieuw, dank je Leo om al die CD's op http://www.lulu.com/ te plaatsen, zodat deze muziek fysiek en financieel toegankelijk wordt voor ons muziek fanatici). Op dit album gaat O'Leary werkelijk nog een hele stap verder dan op zijn vorige, in een trio met Cuong Vu (trompet) en Tom Rainey (drums), beide uitzonderlijke muzikanten met hun eigen stijl en benadering, en ze blijken een perfecte keuze te zijn geweest voor O'Leary's elegant en avontuurlijk project. Dit album is opgedragen aan Samuel Beckett, de Ierse toneelschrijver van onder andere "Waiting for Godot", van wie de honderdste verjaardag van zijn geboorte in 2006 werd herdacht. Beckett was een pionier van het absurd en surrealistisch theater van de na-oorlogse periode, die godsdienst, de zin van het leven en de zogenaamde maatschappelijke waarden in vraag stelden en de onmogelijkheid van reële communicatie tussen individuen centraal plaatste. Maar als er nu één ding absoluut wel fantastisch is op dit album, dan is het wel de sublieme communicatie en samenspel van dit trio. Het titelnummer "Waiting" begint met akoestische gitaar, waar de trompet een mooi en zacht solo aan toevoegt, verwachtingen creërend die nadien anders zullen uitdraaien. Het gaat hier niet over dissonantie of naast elkaar praten, wat je zou kunnen verwachten van een aan Beckett opgedragen CD, maar het is het omgekeerde, namelijk zeer strak samenspel tussen drie topmuzikanten. Dit wordt nog beter geïllustreerd in het tweede nummer. "Endgame" is een strakke compositie, met zenuwen onder hoogspanning en een sterke tonale "attack" van de trompet, waar tegenover O'Leary kwetterende contrapunt op zijn elektrische gitaar biedt, opnieuw met een zeer diepe toon, en prachtig ondersteund door Rainey. Het derde stuk "Lucky" brengt het soort esthetiek dat je bij ECM verwacht, sterk gestyliseerd, beelden oproepend van wijd open ruimten, maar de zaken worden wilder in "Mr. Krapps Neurosis", met krijsende trompet en hogesnelheid gitaarspel met full distortion, en de weg naar waanzin en verwarring wordt nog groter met "Assumption", waar elektronische effecten en echo het e-bow spel op de gitaar versterken. En zo gaat het verder, zich dieper en dieper wagend in nog nooit betreden muzikaal terrein, muziek creërend met hoge energie en hoge intensiteit zoals ik er in de voorbije jaren niet heb gehoord, en dat alles met een duidelijke en coherente muzikale visie, met tevens een prima evenwicht tussen kalme en snelle momenten, hierdoor een sterk gevoel van diepte en variatie creërend. Want ook op de kalme nummers, zoals "Godot", is de intensiteit zeer hoog, met trompet en gitaar die klinken als communicerende walvissen, met langgrerekt eindeloos droevig gejank en gehuil, terwijl Rainey hen in vierde versnelling ondersteunt, en wat je denkt vrije improvisatie te zijn, blijkt dan perfect georchestreerd en getimed. Wonderlijk. Zonder enige twijfel wordt dit één van de beste albums van het jaar. En nog iets : van de beste nieuwe CD's die ik de laatste tijd hoorde is Tom Rainey de drummer (bij Tim Berne, Mark Helias, David Torn, Brad Shepik, Tony Malaby), en dat is ook geen toeval.


Luister naar sound samples uit Waiting

Waiting
Endgame


For the English version, click HERE

Sean Noonan - Stories To Tell (Songlines, 2007) **

Als je ziet dat op een CD hedendaagse topmuzikanten als Marc Ribot, Jon Madof, Jim Pugliese en Mat Maneri samenspelen met onder andere de Afrikaanse zanger Abdoulayé Diabaté, dan denk je "dat gaat vonken geven", en misschien waren mijn verwachtingen te hoog gespannen, want dit is halfwarme, om niet te zeggen lauwe, troep. Het basisconcept van percussionist Sean Noonan was misschien te ambitieus : keltische en Afrikaanse muziek, pop en jazz met elkaar vermengen. Deze CD brengt inderdaad een mix van al deze genres, maar zonder enige authenticiteit, alsof elke scherpte die een mogelijk samengaan zou kunnen verhinderen eruit is gelaten. Je verwacht spetterende ritmes, climactisch samenspel, frisse botsingen, emotionele uitbarstingen, maar niets van dat alles, dit is muziek voor bij de koffie, en dan nog. Ok, toegegeven, af en toe is er eens een scheurend gitaarsolo, maar so what. De muzikanten zijn goed, dat is zo ongeveer alles wat hierover kan worden gezegd.


For the English version, click HERE

Sunday, June 24, 2007

Clean Feed - twee free improv recensies

John Butcher & Paal Nilssen-Love - Concentric (Clean Feed, 2007) **


Free jazz en vrije improvisatie zijn vaak te vergelijken met koorddansen. Als je een stap te ver zet, val je in de diepte, en dat is eigenlijk met deze CD het geval. John Butcher (sax) en Paal Nilssen-Love (drums) zijn prima muzikanten, die al een lange track record hebben in de meer vrije vorm van jazz, maar deze CD is voor mij net een stap te ver. OK, ze halen uit hun instrumenten zo ongeveer elke klank die er in zit, en meer, en hun reactiesnelheid en samenspel is sterk, maar muzikaal betekent het allemaal niet zo veel, ze bouwen niets op en ook de emotionele component is ver zoek. Dit is misschien leuk voor de muzikanten, maar als luisteraar ben je er niet bij betrokken. Het Clean Feed label is niet bevreesd voor risico. Hopelijk vinden anderen dit leuk.



>Russ Lossing, Mat Maneri, Mark Dresser - Metal Rat (Clean Feed, 2007) ****


Een al even risicovolle CD, en al even free improv en al evenzeer uitgebracht bij Clean Feed, is "Metal Rat", een album van pianist Russ Lossing, met Mat Maneri op viola en Mark Dresser op bas. De muziek is op zijn minst ongewoon, met bevreemdende soundscapes die van begin tot eind een donkere dreigende atmosfeer creëren. Het grote verschil met het hierboven besproken album is dat hier muziek ontstaat, en zelfs al is het geen eenvoudige luisterervaring, deze heeft visie, en schildert een auditief maar abstract canvas, dat avontuurlijk is en de luisteraar opslokt in iets nieuws, iets opwindends, met verrassende wendingen en bochten. De muziek zuigt je in een andere wereld, pointillistisch en microtonaal, zonder dat de luisteraar maar houvast krijgt in enig melodisch of ritmisch patroon, maar de algemene geluidssculptuur is meer dan het beluisteren waard.

Download Metal Rat


For the English version, click HERE

Jason Lindner - Ab Aeterno - (Fresh Sound World Jazz) ***

Jason Lindners debuut, Ab Aeterno, brengt een sprankelende combinatie van jazz en wereldmuziek, in een trio met Omer Avital op contrabas en oud, en Luisito Quintero op alle mogelijke percussie-instrumenten. Lindner zelf speelt piano, met af en toe melodica en mbira. De muziek zelf is vederlicht, verwant aan kamermuziek, met speelse invloeden uit het Midden-Oosten, Afrika en Latijns-Amerika. Maar ook Monk en Bud Powell komen mee over de schouder kijken. Monk en Bach zelfs samen in het licht klassieke "Song for Amos", Bud Powell in "Sure Thing/Glass Enclosure", een mix van twee Powell composities. Op het repetitief ritmische "Montserrate" wordt de piano vervangen door een melodica, en de bas door oud. Lindner is een prima pianist en componist, de melodieën zitten harmonisch en ritmisch prachtig in elkaar, maar het is allemaal zeer beheerst en loopt zelden op een climax. En dat heeft misschien te maken met de speelstijl van de pianist : eenmaal hij een basismelodie in zijn linkerhand heeft, wijkt hij er weinig van af, waardoor het geheel wat vlak overkomt. Anderzijds is de lichtdansende combinatie van piano, bas/oud en handpercussie zo fris en de composities zo onmiddellijk toegankelijk dat ze ideale muziek zijn voor deze zomerse zondachochtend.


For the English version, click HERE

Klik hier voor sound samples

Monday, June 18, 2007

Mikolaj Trzaska - Kantry (Kilogram Records, 2007)****


Mikolaj Trzaska is een muzikant die ruimtere bekendheid verdient. Hij is niet alleen een uitstekend saxofonist, maar ook een componist die niet bevreesd is om risico's te nemen in het zoeken naar een nieuwe expressievere muzikale taal, zonder daarom afstandelijk experimenteel te worden of luisteraars op de vlucht te jagen. Hij heeft al enkele uitstekende sax trio albums op zijn actief staan samen met de broertjes Marcin en Brad Oles, vooral dan"LA Sketch Up" en "Mikro Muzik", beide ook uitgegeven op hetzelfde Poolse Kilogram Records. Op deze albums klinkt jazz zoals je die zelden zal gehoord hebben, zacht, gesofisticeerd, maar tegelijk rauw, creatief en vol spanning. Interessant. Trzaska heeft ook veel voor theater en televisie geschreven, en dit album valt eerder in die categorie. Oorspronkelijk was deze muziek besteld voor een internet radio toneelstuk, maar het muzikaal project werd sinds de uitzending meer dan licht gewijzigd. De basisinput komt niet langer van het toneelstuk, maar van losse stukken achtergrondgeluid en conversaties die door de theaterauteur werden opgenomen tijdens een reis door de Balkan in Slovenië, Bosnië en Herzegovina. De dictafoon nam ongeveer alles op wat kon worden opgenomen, en je hoort straatgeluuiden uit Sarajevo, gesprekken in een bar, de muezzin die oproept tot het gebed, maar ook kerkklokken, blaffende honden, autodeuren die dichtslaan, enz. Dwars door deze omgevinggeluiden weeft Trzaska muziek in zijn eigen stijl, vaak solo, of lichtvoetig begeleid door accordeon, soms door orgel, soms bas of drums, maar nooit met de hele band samen. Dit is ongewone muziek, soms bizar ("Barbarian's Child"), soms van extreme schoonheid ("The Silence of Fish"), maar altijd luchtig, open en toegankelijk. En wat deze CD echt krachtig maakt is de manier waarop de menselijke emoties worden blootgelegd : pijn, verlangen, verwarring, angst, nostalgie, vreugde ... En dat je geen barst snapt van al die Slavische talen doet er eigenlijk niet toe. Laat je gewoon meevoeren op deze reis en luister dan de breekbare ziel der mensheid, een ietsje uitdrukkingsvoller gemaakt door Mikolaj Trzaska.

Click here for audio samples


For the English version, click HERE

Saturday, June 16, 2007

Chicago Underground Trio - Chronicle (Delmark, 2007) ****


Het Chicago Underground Duo/Trio/Quartet kent twee vaste waarden : Rob Mazurek op cornet en Chad Taylor op percussie. Jeff Parker speelde in vorige configuraties af en toe gitaar en Noel Kupersmith was de bassist van dienst, maar die is nu voor dit trio vervangen door Jason Ajemian. Een echt trompet/bas/drums trio is het evenmin want elke muzikant heeft nog een assortiment bijkomende instrumenten, van de eenvoudigste zoals een bamboefluit, mbira of Chinees cymbaal, tot elektronica, computer en moogerfooterpedals. Het album brengt verslag van een transformatie in zes stappen : Initiation, Resistance, Power, Crisis, Transformation en Transcendence. En de muziek evolueert ook volgens die stappen. "Initiation" is een bas solo, op "Resistance" komt de percussie tegenwerk bieden, eerst gewone percussie, dan marimba, dan elektronica tot de bas stopt en de percussie tenslotte ook. "Power" begint licht met arco bas, en marimba en kleine percussie, rollend naar een dreigend gedrum, eerst ritmeloos dan sterk ritmisch, met de bas die hard tussenkomt, om een solide ondergrond te vormen voor ijle gedempte cornetstoten van Mazurek, nu eens rustig, dan weer jagend, evoluerend naar een trage bluesy melodie, die qua trompetstijl het midden houdt tussen Lester Bowie en Don Cherry, overgaand naar lichte percussie, een bijna-slaapliedje zo broos en lieflijk klinkt het, om dan te sterven in een elektronisch chaotisch gedreun van een vijftal minuten, en dan denk je "nu eindigt dit", maar nee, uit die chaos komt plots een licht dansend melodietje van trompet, arco bas en mbira, de echte finale van dit nummer dat ongeveer een half uur duurt. En zo gaat dat maar verder. De band neemt zijn tijd om de muziek te verkennen, te vervormen, nieuwe invalshoeken te bedenken, maar de structuur is wezenlijk, dit is vrije improvisatie langs vastliggende paden. Dit is avant-garde jazz of experimentele jazz zo je wil, maar dan wel met soul. Die bezieling hoor je het best in het laatste nummer "Transcendence", dat met een manisch repetitief ritme alle remmen losgooit, met Mazurek die boven dat hypnotisch gedreun van bas en drum absolute schoonheid uit zijn cornet tovert. Waarschijnlijk niet naar ieders smaak, maar de manier waarop deze groep nieuwe muzikale paden bewandelt is fantastisch. Mazurek verraste ons al in het begin van het jaar met The Exploding Star Orchestra, maar ook deze is schitterend.

Hieronder een promofilmpje van de bijhorende DVD (het laatste nummer Transcendence):



For the English version, click HERE

Friday, June 15, 2007

Matana Roberts Quartet - The Calling (Utech Records, 2007) ***


Goede punten en slechte punten voor het freejazz label Utech Records. De goede : ze bestaan en ze durven risico nemen. De slechte : de meeste opnames zijn live en van een opnamekwaliteit die je dezer dagen zelfs van live-opnamen niet meer verwacht. En dat is niet eigen aan deze CD, ook bij de andere is het zo. Tot zover het gezaag. Matana Roberts heeft nu haar eigen kwartet, na haar band Sticks & Stones, een sax trio, te hebben geleid voor enkele jaren. Hier wordt ze vergezeld van Taylor Ho Bynum op cornet, Thomson Kneeland op bas en Tomas Fujiwara op drums. Hier pakt ze een aantal klassiekers op, zoals Billy Holiday's "My Man", Sun Ra's "We Travel The Spaceways" en Armstrongs "Do You Know What It Means (to Miss New Orleans)", het laatste nummer verwijzend naar de verwoesting van orkaan Katrina. Deze band brengt prima freejazz, met veel openheid en creatief en intens samenspel, afgewisseld met rustige momenten, maar aarzelt evenmin om bij momenten de basismelodieën op een traditionele swing en bop-manier te brengen, of nog een speelse call-and-response tussen sax en cornet. Kortom een leuke trip door de jazz-geschiedenis, maar dan herdacht vanuit een vrij modern perspectief. Dat alles maakt het gebrek aan klankkwaliteit des te erger.


For the English version, click HERE

Thursday, June 14, 2007

Rob Brown Trio - Sounds (Clean Feed, 2007) ****


Rob Brown is één van die New Yorkse saxofonisten die free jazz losbandige toeterfeesten toch combineerde met melodie, ritme en gevoel, maar op deze CD lijkt hij wel tot rust en beheersing te zijn gekomen, begeleid door Daniel Levin op cello en Satoshi Takeishi op percussie. Zijn andere recente CD's (Radiant Pools en The Big Picture) zijn meer dan de moeite waard, alsook zijn samenwerking met William Parker en Matthew Shipp. Toegegeven, zijn alto kan ook hier nog huilen en krijsen en janken, maar dan op een ritmische en harmonische basis, met een herkenbare melodische structuur. De keuze van zijn band is niet slecht : de cello brengt een tweede stem die prominenter klinkt dan een bas ooit kan zijn, zowel arco als pizzicato, en Takeishi is een percussionist die de juiste accenten kan leggen, zonder daarom altijd een expliciet ritme te moeten houden. Het openingsnummer "Sounds, Part 1, Archeology" geeft meteen de muzikale visie van de band weer : een ingetogen unisono melodie tegen een traag tempo, als inleiding voor enkele scheurende solo's van Brown, een leuk improvisatiestukje om dan weer gezamenlijk te eindigen. Wat de muziek vooral biedt is ruimte en openheid. Het tweede nummer "Sounds, Part 2, Antics" biedt een meer abstracter gevoel, met een Mysterioso-achtige toonopbouw, het derde begint met een trage melancholische cello-inleiding en de sax van Brown ent zich daarop voor een lang solo dat perfect aansluit. "Stutter Step" ligt dan meer in het free-bop idioom van bijvoorbeeld zijn andere CD "The Big Picture", "Tibetan Folk Song" begint met een lange cello-percussie intro, en Brown improviseert dan prachtig op dit materiaal. De CD sluit af in rustige schoonheid. Wie had zoveel interne rust kunnen verwachten van Rob Brown, maar het is in elk geval een juiste keuze geweest, die niets moet inboeten aan creativiteit of muzikale eenheid.

For the English version, click HERE