Saturday, June 9, 2007

Oles/Trzaska/Oles/Cappozzo - Suite For Trio + (Fenommedia, 2005) *****


Beter laat dan nooit. Dit album is al twee jaar oud, maar nu ik het toch net op de kop heb kunnen tikken, lijkt een recensie wel nodig. Ik had eerder mijn waardering al uitgesproken voor de Poolse broertjes Marcin Oles (bas) en Bartlomiej Oles (drums), en op dit album zetten ze nog een stap hoger op de ladder van mijn waardering. Landgenoot Mikolaj Trzaska speelt sax en de Fransman Jean-Luc Cappozzo komt erbij op trompet. Cappozzo kende ik niet, maar hij is werkelijk heel goed in deze free omgeving, verrassend voor iemand die blijkbaar zijn muziek heeft geleerd in het leger. Dit is freejazz zoals ik ze graag hoor : vrije improvisatie op gestructureerde basis, creatief, ritmisch, zacht en intens. Luister maar eens naar het titelnummer : een trage unisono melodie van sax en trompet op een traag Oosters ritme, waar de trompet zich dan uit losmaakt voor een pracht van een solo, dan valt alles stil voor een bassolo van Marcin Oles, en geloof me, deze kerel behoort tot het beste van wat je kan horen vandaag, zowel pizzi als arco. Zijn toets is zowel elegant als krachtig, zijn improvisaties melodieus en creatief (ook zijn solo bas album "Ornette On Bass" is de moeite van het zoeken waard). "JLC" begint met solo trompet, dan valt de band in met wat dissonant samenspel, gevolgd door een kort arco bas solo intermezzo dat uitgroeit tot een thema dat zo uit de pen van Henri Texier zou gerold kunnen zijn. "Budmo" is een traag, droevig en somber nummer, dat fel contrasteert met het daarop volgende "5-5", een funkend ritmisch uptempo hoogstandje, met onder andere een knap duet van trompet en drums, en dat evolueert naar een bewerking van Ravels Bolero, met het gekende licht dansende ritme. Mikolaj Trzaska, op basclarinet, is de ster op dit nummer. Trzaska is zowat het omgekeerde van Brötzmann, een zeer gevoelig freejazz saxofonist, met fluwelen toon, die ook sterke uithalen kan doen, maar het blijft elegant. En dat woord typeert misschien het best deze band : elegant. Het laatste nummer "Urodzaj" begint met fluiten die een oerwoudsfeer creëren, met wat lichte trompetstoten, herinnerend aan probeersel van Don Cherry en Codona, en dan neemt Marcin Oles, met een wondermooie baslijn de band op sleeptouw voor een prachtige melodie met afwisselend de sax en trompet in unisono en contrapunt, mooi maar veel te kort, veel te kort. Deze muziek is vrij, maar zonder agressief te zijn, toegankelijk hoewel ze een zelden gehoorde muzikale benadering brengt. Iedereen met belangstelling voor jazz zou deze CD wel kunnen smaken. Ritmisch, melodisch, qua beheersing van de instrumenten, qua samenspel van de muzikanten : een feest. Niet te missen!

For the English version, click HERE

Joshua Redman - Back East (Nonesuch, 2007) ***


De zoon van Dewey Redman brengt op dit album hommage aan Sonny Rollins' Way Back West, het eerste sax trio ooit op plaat gebracht. Toen ik ze oplegde en de tonen van "The Surrey With The Fringe On Top" hoorde, vreesde ik het ergste, maar ik ben blijven luisteren, en dat tot mijn eigen tevredenheid. Het album begint nogal traditioneel, maar dat blijft niet duren. Al snel beginnen de Oosterse invloeden te muziek binnen te sijpelen, en dat blijft zo voor de rest van het album, met titels als "Zarafa", Coltranes "India", Shorters "Indian Song", "Mantra #5", "Indonesia". Ook twee songs van Rollins zelf worden gecovered. De CD blijft ook geen trio-bezetting hebben. Dewey Redman zelf speelde nog twee songs in voor zijn overlijden in september vorig jaar, en ook Joe Lovano en Chris Cheek doen mee. De bassen worden voorzien door Larry Grenadier, Reuben Rogers, Christian McBride en de drums door Ali Jackson, Brian Blade en Eric Harland, zowat de top van je vandaag te horen kan krijgen. Een knappe CD, met prima muzikanten en hecht samenspel, maar om echt aangrijpend te zijn had er toch iets meer risico genomen mogen worden.

For the English version, click HERE

Loren Stillman - Trio Alto Vol. 1 (Steeplechase, 2006) ***


Loren Stillman is een zeer goede saxofonist, met een krachtige, maar warme toon. Op deze CD wordt hij begeleid door Steve LaSpina op bas en Jeff Hirshfield op drums. Het trio waagt zich aan een aantal klassiekers uit de jazz, zoals "All The Things You Are", "Body and Soul", "What Is This Thing Called Love?", en andere, maar dan niet in de zoveelste uitgemolken versie van deze nummers, maar wel opnieuw gebracht, herleid tot hun essentie en dan weer opgebouwd, zijdelings benaderd en in de improvisatie opgenomen. Zo is de versie van "All The Things You Are" zoals in de beste freejazztraditie in het begin amper te herkennen (in de stijl van "probeer eens te raden wat ik nu speel"), maar dit is geen freejazz, wel moderne hedendaagse jazz die toegankelijk is zonder het te moeten hebben van de gekende melodie. Pas na zeven minuten in de tune begint hij het thema te spelen. De grote kracht van Stillman is dat zijn improvisaties gefocust zijn op de diepte van de song die hij brengt, en daardoor boeiend blijven. Dit is geen achtergrondmuziek. Maar Stillman is niet alleen natuurlijk : Hirshfield en LaSpina vullen hem perfect aan voor een leuk, enthousiast, knap album. Jazz met soul!

For the English version, click HERE

Giovanni Guidi - Indian Summer (CamJazz, 2007) ****

Af en toe zijn er mainstream piano ensembles die albums van een verbluffende schoonheid brengen, zoals "If" van Myriam Alter, "Le Pas Du Chat Noir" van Anouar Brahem of "L'Arbre Pleure" van Nathalie Loriers. Dit album ligt in dezelfde lijn : een kamermuziekachtige sfeer, sterke melodieën, strakke composities, spanning door knappe arrangementen, emotionele diepgang, veel variatie, en dit alles dicht bij huis, zonder pretentie. Dit is wat Amerikanen typische Europese jazz zouden noemen, maar zonder in het vaak breedsprakerige ECM-idioom terecht te komen. Ik ben niet dikwijls gewonnen voor jazz die netjes binnen de lijnen kleurt, maar de esthetiek van dit album overstijgt dit gebruikelijke euvel. Guidi is creatief genoeg om sterke composities te brengen én die ook in de uitvoering fris te brengen, ook als het covers zijn zoals Ornette Colemans "Round Trip". Guidi wordt vergezeld van Dan Kinzelman op clarinet en sax, Francesco Ponticelli op bas en Joao Lobo op drums. De muziek is soms visueel intens en speels zoals op "Il Campione", of droevig zoals op "September Never Comes", of dreigend zoals op "Windmill". Knap, fris.

For the English version, click HERE

Taylor Ho Bynum - The Middle Picture (Firehouse, 2007) ***


Taylor Ho Bynum is lang de trompettist geweest in de bands van Anthony Braxton, maar de muziek die hij hier brengt is niet te vergelijken, tenzij het belang dat aan compositorische structuur wordt gegeven. Ho Bynum wordt hier begeleid door een band met Matt Bauder (sax, clarinet), Mary Halvorson en Evan O'Reilly (elektrische gitaar), Jessica Pavone (viola en elektrische bas), Tomas Fujiwara (drums). "Brooklyn With An E", het openingsnummer, brengt een zeer luchtig verhaal, met de gitaar die een regelmatig dissonant patroon speelt, met drums en cornet die de ruimte opvullen. "Woods" begint met solo cornet en na ongeveer drie minuten valt de rest van de band in met pointillistische noten zonder samenhang waar de viola zich uit loswurmt om een treurige improvisatie te brengen. De cover van Miles Davis' "In A Silent Way" brengt een dieptreurige sax- en cornetsolo's boven dreigende percussie, gitaren en bas. Doorheen de CD brengt hij vele muzikale invloeden bij elkaar, ontrafelt hij ze en plakt ze dan als een collage terug in en op elkaar, maar dan op een abstracte manier, zonder dat je er nog iets in herkent. Telkens een thema aanzet, of een ritme, of een instrument, wordt het na korte tijd gestopt en vervangen door iets totaal anders. Dit brengt wel veel variatie, maar je verliest elk houvast. En het wordt absoluut vermoeiend op de duur... Er is wel eenheid van muzikale visie in de zin dat alle nummers in dezelfde lijn liggen, maar niet echt aan mij besteed.

For the English version, click HERE

Cooper-Moore - Digital Primitives (Hopscotch, 2007) ****


Wat is dit? Absoluut een nieuw pad in de benadering van jazz. Free-jazz pianist beeldenstormer Cooper-Moore speelt op deze CD geen noot piano, wel "diddley bow, mouth bow, bango, voice", een reeks ongewone instrumenten, maar die op deze CD prachtig tot hun recht komen. Dit is freejazz met een hoog fungehalte met veel plezier in het spel zelf, maar ook in de muziek : ritmische complexiteit, hard blazen, en vooral het ongelooflijke samenspel op de korte maar rake stukken. Chad Taylor op drums is ongewoon sterk, maar ook Tsahar is schitterend, zelfs beheerst bij momenten, het gebeurt immers zelden dat je hem een "tune" hoort spelen. En dan is er Cooper-Moore die de ondersteunende begeleiding geeft met zijn instrumenten die zo uit een etnografisch museum lijken te komen. Dit is hard, funkend, en anders : de freejazz versie van Tom Waits, inclusief het teruggrijpen naar de traditionals, zoals in het tweede nummer "Ol' Saint Peter", waar Cooper-Moore godbetert op zingt, en zelfs niet slecht, beluister maar hieronder om u zelf een gedacht te kunnen vormen. Het is echter niet allemaal funky funky, er staan ook rustiger, zelfs ingetogen nummers tussen, zoals "Refuge" of emotioneel sterke zoals "Money Wars", maar genoeg gezeur : de muziek staat hieronder, oordeel zelf.

Luister naar de CD :

Turn It Up
Old Saint Peter
Human Interest
Electric Garden
Bones
Digital Primitives
Misanthropes
True To Life
Money Wars
Refuge
Back It Up


For the English version, click HERE

Ellery Eskelin - Quiet Music (Prime Source, 2006) ***


Saxofonist Ellery Eskelin brengt op deze dubbelaar inderdaad rustige muziek, maar laat de titel je niet verrassen, dit is geen easy listening, wel een permanent muzikaal zoeken naar nieuwe paden, maar inderdaad op een rustige beheerste manier. Eskelin wordt zoals op enkele vorige CD's begeleid door Jim Black op drums, Andrea Parkins op klavier en accordeon, maar dan met toevoeging van Jessica Constable op vocals, en op enkele nummers ook Philip Gelda op klavier en stem. En wat Eskelin met deze band doet, of wat deze band samen met Eskelin doet, is verbluffend. Herkenbare uitgangspunten, maar zeer anders gebracht, met hecht samenspel, ook in de onverwachte wendingen. Ik ben geen fan van gezongen jazz, en heb bijna een aversie van "vocalese", zingen zonder woorden, en dat verklaart de gemiddelde score die ik geef aan deze CD. Zonder de inbreng van Jessica Constable zou de muziek anders klinken, maar ik zou ze liever horen.

Klik Hier Voor Videobeelden van hun optreden in Antwerpen vorig jaar

For the English version, click HERE

Sunday, May 20, 2007

Tomchess & The Lovedogs - In The Beautiful Future (Foot Jumbo Records, 2007) ***


World jazz is zoals vele fusion vaak een arrogante poging om verschillende stijlen zonder raakvlak met elkaar te verbinden. Niet zo op deze CD van Tomchess & The Lovedogs, die pas uitgebracht is (te vinden op CD Baby en iTunes), en die een mix brengt van Arabische muziek, jazz (en ambient). Tom Chess zelf speelt ney, oud, blaasinstrumenten, gitaar, djembé, en heeft zijn kennis van deze instrumenten verrijkt door bijkomende opleidingen in Afrika en Azië . Op deze dubbelaar wordt hij begeleid door Shane Shanahan en Ravi Padmanabha op percussie, Nathan Peck op bas en Alicia Rau op trompet, allen doorgewinterde muzikanten met een zeer brede opleiding en ervaring in jazz en wereldmuziek. Het leuke van deze CD is dat de eerste invalshoek de wereldmuziek is, letterlijk, want Tom Chess brengt verschillende nummers eerst solo op oud of ney, en het daaropvolgende nummer brengt eigenlijk hetzelfde thema met de volledige band. Bovendien zijn de muzikanten goed, dat merk je in de lange improvisaties, en dat onderscheidt deze groep van de zovele halfslachtige pogingen van andere bands in hetzelfde genre. De algemene kleur blijft echter sterk wereldmuziek, ook de straatgeluiden of stemmen die af en toe als achtergrond in de mix worden gegooid werken functioneel. Dit is pretentieloze, respectvolle, leuke wereldjazz, verfrissend en licht verteerbaar als een lekker voorgerecht.

For the English version, click HERE

Thursday, May 17, 2007

Rodrigo Amado - Teatro (European Echoes, 2006) ****


De Portugese saxofonist Rodrigo Amado lijkt wel Ken Vandermark te vervangen in dit trio met Kent Kessler op bas en Paal Nilssen-Love op drums. Vandermark speelde met beiden al vele malen samen in alle mogelijke groepssamenstellingen. Amado is één van de saxofonisten van de Lisbon Improvisation Players, met wie ook Denis Gonzalez al enkele malen opnames maakte. Amado is wel een totaal andere saxofonist, iets zachter, zoekender, melodieuzer, en minder energiek maar dat is niet moeilijk. De kracht van de groep is dat ze samen muziek creëren, variërend tussen aarzelend en intens, elkaar kalmerend, opjagend, tot hoogtepunten drijvend, maar zonder focus te verliezen, en met voldoende variatie in de manier waarop ze hun instrumenten bespelen om fris te blijven, zelfs in de lange eerste twee nummers. Het tweede, Pandora's Box, begint traag en zoekend, maar evolueert naar een ritmisch feest vol intensiteit en spelplezier, waar zowel Kessler en Nilssen-Love de ruimte krijgen voor boeiende solo's. Op het titelnummer haalt Kessler zijn strijkstok boven, Amado zijn baritonsax, en samen zetten ze het meest abstracte stuk van het album in, gevolgd door drumtoetsen en accentueringen. Dit is geen toeterfeest, maar zeer beheerste, elegante, relatief toegankelijke freejazz gebracht door drie uitzonderlijke muzikanten.

For the English version, click HERE

Sonny Simmons - Tales Of The Ancient East/For Ustad Bismillah Khan (Parralactic 39 & 40, 2002) ****


Dit is een uitzonderlijke CD, die je moet horen als je houdt van wereldjazz. Sonny Simmons brengt hier een spirituele en muzikale tocht die even repetitief als boeiend is, maar het geheel is overweldigend. Ik heb die CD nu al verschillende keren beluisterd en slaag er niet in om het ene nummer van het andere te onderscheiden, maar dat doet er niet toe, ik denk dat dit nu net het hypnotiserende, trance-creërende effect creëert (niet dat ik hier trillend en bevend met mijn ogen draaiend over de grond lig te rollen, maar toch bijna). Harmonium en synthesizer van Rosie Shakarian leggen een permanente achtergrond, de basclarinet van Brian Glick volgt hen in de diepe ondertonen, maar geeft af en toe accenten, en daar bovenop soleert Sonny Simmons op althobo, een weinig gebruikelijk instrument, dat hij bespeelt met Arabische toonaard, en dat in combinatie met de diepe klank een onwaarschijnlijk klagende toon krijgt. Brandon Evans brengt daar met zijn dwarsfluit of Indische shenai (zoiets wat slangenbezweerders hanteren) wat reliëf in door in contrapunt te spelen, of dezelfde melodie te herhalen. Af en toe wordt er wat gezongen in het Arabisch, de enige percussie is als de clarinettisten wat "tongue-slappen" (hoe zeg je dat in het Nederlands?). Eén uniek concept, herhaald in elk nummer, geeft het album een zeer sterke coherentie uiteraard, maar geloof me, dit is sterk.

For the English version, click HERE